Posts tonen met het label pijn en ontsteking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pijn en ontsteking. Alle posts tonen

6 jan 2010

Boswellia Serrata : Wierookhars als geneesmiddel door de eeuwen heen

Het is vandaag Driekoningen. Eén van de kostbare geschenken die de 3 Wijzen uit het Oosten - Caspar, Balthazar en Melchior, zoals ze later werden genoemd - aan het Kindeke Jezus overhandigden was wierook. Zie hierover ook mijn vorige post over het moderne geneeskundige gebruik van wierook, mirre en goud.
Over Boswellia serrata of Indiase wierook schreef ik een 3-tal jaar geleden een stukje, als onderdeel van een examen als ayurvedist:



(Linda Vansteenwinckel, juni 2006)
Botanische naam : Boswellia serrata
Plantenfamilie : Burseraceae
Nederlandse naam : Indische wierookboom (Engels : Indian Frankincense)
Gebruikt plantendeel : gomhars (wordt ook 'Olibanum' genoemd, het belangrijkste bestanddeel van wierook)
Sanskrit/Hindi : Sallaki, gomhars = Salai Guggul of Salai Guggal
Belangrijkste werking : anti-inflammatoir, analgetisch, anti-bronchoconstrictie
Belangrijkste actief bestanddeel : boswellinezuren (boswellic acids)
Typische toedieningsvorm : capsules of tabletten met gestandaardiseerd droogextract met 35 à 70% boswellinezuren
Typische dosering : 250 à 750 mg van een 70%-extract dagelijks

Herkomst
Indische wierook wordt geleverd door Boswellia Serrata, een kleine boom of struik die vooral gedijt op dorre gronden met een specifiek mineralengehalte in het noordoosten van India. De in het westen best bekende wierooksoorten zijn afkomstig van andere Boswellia-soorten zoals Boswellia sacra en Boswellia carterii, dit zijn de zeer aromatische Afrikaanse en Arabische wierooksoorten. Naast het branden van wierook voor geestverheffende doeleinden in vele culturen ter wereld wordt wierookharsextract in oost en west ook medicinaal toegepast.

Oogst en bereiding
Bij de bereiding van een Boswellia droogextract vertrekt men niet van de verse plantendelen maar wel van het gomachtige exsudaat uit inkervingen in de ontschorste stam. Dit wordt aan de zon of kunstmatig gedroogd tot een hars. Deze stof is wat men 'olibanum' heet, het hoofdbestanddeel van wierook. Heden ten dage bereidt men voor medicinale toepassingen vanuit deze grondstof een droogextract in poedervorm, dat wordt gestandaardiseerd op een welbepaald gehalte aan actieve bestanddelen.

Bekend gebruik in de vroege oudheid
De vroegste vermelding van het medicinale gebruik van wierookhars vindt men terug in de Ebers-papyrus uit het oude Egypte van de 17de eeuw voor Christus. In dit praktische handboek voor artsen staat een recept van gestampte wierook met honing, dat, als je het kauwt, voor een frisse adem zorgt. Egyptische vrouwen gebruiken dit recept tot op de dag van vandaag. In het vroege Perzië zetten artsen wierookbereidingen in tegen zomersproeten, pokkenlittekens en hondsdolheid. De oude Arabische artsen kenden meer dan 80 medicinale bereidingen met wierook, o.a. tegen wondroos. Wierookdampinhalatie hielp bij rhinitis, of ze schreven wierookbast en -hars voor als antibraakmiddel of als bloedstelpend middel. In het oude China werden met wierookbereidingen ook huidaandoeningen behandeld, waaronder melaatsheid.

Wierook bij Hippocrates
De gezaghebbende artsen Hippocrates, Celsus, Galenus en Dioscorides uit de Grieks-Romeinse periode pasten wierookhars en -bast toe in allerlei varianten : als zalf zetten ze het in tegen brandwonden en vorstletsels, en bij psoriasis en wratten, als poeder desinfecteerden ze er wonden mee en stelpten ze bloed. Wierookspoelingen werden ingezet bij constipatie, dampinhalatie werd aangeraden bij bronchitis, wierookwater om te gorgelen bij amandelontsteking, en omslagen met wierook bij pijnen. Inwendig gebruik werd beschouwd als wormafdrijvend en stopte diarree.

Wierook in de Ayurvedische teksten
In de Charaka Samhita worden het hars en de bast van de wierookboom ternauwernood vermeld. Het is pas in de veel latere maar belangrijke Bhava Prakash(14de E), dat men concretere verwijzigingen vindt naar het medicinaal gebruik van Boswellia : zie de twee sutra's hieronder. In de Dhanvantari Nighantu, een medisch lexicon met uitgebreider beschrijvingen van stoffen en hun werkingen, vinden we alle heden ten dage bekende gezondheidseffecten van wierookhars terug, en nog enkele meer. Wierookhars is volgens de Dhanvantari Nighantu nuttig bij volgende ziektebeelden : zweren, tumoren, jicht, borstcystes, diarree, aambeien, asthma, bronchitis, chronische laryngitis, geelzucht syphilis en huidaandoeningen, baarmoederontstekingen, dysenterie, teelbalontstekingen, hoest, stomatitis en arthritis.

Uittreksel uit de Bhava Prakasha Nighantu (14de eeuw)<

Sutra 22
“Sallaki is voeding voor olifanten en afkomstig van het rijkelijk vloeiende, geurige voedingssap van de wierookboom. Deze lost (produceert) zijn hars, rijkelijk stromend, een (genees)krachtig sap.”

Sutra 23
“Sallaki is wrang en koelend, en geneest slijmerige ontstekingsdiarree (in bredere zin ook andere ontstekingsziekten van de slijmhuid, zoals bronchitis, arthritis of witte vloed, die met een overmaat aan pitta (ontsteking) en shlesma (slijm, oedeem) te maken hebben).
Het geneest bloedingen (ook ontstekingsbeelden in het bloed) en wonden, is opwekkend, brengt naar buiten en naar boven (bevordert het ophoesten), sterkt de stem en is opbouwend voor lichaam en geest.”

Wierook in het Cruydtboek van Dodoens uit de 17de-eeuwse Nederlanden
Onder het hoofdstuk 'Beschrijvinghe van de Droghen - Indiaensche ende andere Vremde Cruyden” vertelt Dodoens ons ook een en ander over de 'Wieroock-boom, ende Wieroock'.
Wierook zelf (Olibanum) wordt zo beschreven : 'Wieroock, segt Galenus, verwarmt tot in den tweeden graed/ende drooght in den eersten, ende is een weinig samentreckende: maer den witten en heeft soo merckelijke samentreckinghe niet.' Verderop wordt wierookschors beschreven als 'merckelijck samentreckende' (= adstringens, wrang), 'daarom drooght hij seer', 'tot in den tweeden graed' (= tamelijk sterk drogend), 'luttel scherpigheydt' (bijna geen scherpte), en omwille van die eigenschappen wordt hij gebruikt tegen ' 't bloet spouwen', 'weeckheydt van de mage/buyckloop', enz...

Gelijklopende indicaties door de eeuwen heen
Uit dit overzicht van oude medische geschriften blijkt duidelijk dat, ondanks de enorme geografische en tijdsverschillen, Boswellia steeds werd ingezet voor gelijkaardige indicaties: bloedstelping, catarrhe, bronchitis, maag-darmstoornissen met ontstekingsbeeld, infectieziekten, verwondingen en 'jicht' (de ouden bedoelden met deze term waarschijnlijk allerlei reumatische aandoeningen en ontstekingen,...). Zeer opvallend is ook het historische (in- en uitwendige) gebruik bij velerlei goed- en kwaadaardige tumoren.

De herontdekking van Boswellia als geneeskrachtige plant
Aan het begin van de 20ste eeuw verdween wierook tijdelijk als geneesmiddel uit de kruidenboeken. De heropleving van Ayurveda zorgde voor een herontdekking van de weldaden van Boswellia Serrata, niet in het minst in het westen. Sinds een 15-tal jaar wordt Boswellia Serrata extract dan ook intensief onderzocht : de bevindingen van deze moderne research bevestigen grotendeels de werkzaamheid van Boswellia Serrata tegen verschillende ontstekingspathologieën.

Fytochemie en biologische activiteit vanuit westers perspectief*
Enkele van de biochemische werkingsmechanismen zijn intussen goed bekend. Het belangrijkste actieve bestanddeel in het droogextract van wierookhars zijn de boswellinezuren (boswellic acids). Hun anti-inflammatoire werking wordt toegeschreven aan de inhiberende functie die ze uitoefenen op het 5-lipoxygenase, een sleutelenzym in de omzettingspathway vanuit arachidonzuur naar de ontstekingsbevorderende leukotriënen, zonder dat ze daarbij andere enzymatische omzettingen beïnvloeden. Boswellic acids blokkeren dus de biosynthese van leukotriënen. Vooral bij reumatische ontstekingen, bij colitis ulcerosa en bij de ziekte van Crohn is er sprake van een overmatige biosynthese van leukotriënen, en de effectiviteit van Boswellia Serrata voor deze specifieke indicaties is dan ook het best onderbouwd in humane klinische studies.
Ook bij de vorming van sommige hersentumoren (astrocytoom en glioblastoom) is er sprake van een ontsporing van de leukotriënenproductie. Hier vermindert Boswellia Serrata in sterke mate het aanwezige hersenoedeem, en in enkele gevallen was er zelfs een tumornecrotiserend effect. Een mogelijke bijkomende biochemische verklaring voor het laatste zouden het topoisomerase I en II zijn die ook door boswelliazuren geremd worden. Deze enzymen spelen een belangrijke rol bij mutageniciteit.
Boswellia serrata bevat ook quercetine, een bioflavonoide dat een via een meer algemene anti-oxidatieve werking ook ontsteking vermindert.
Ook een aantal andere ziektebeelden zoals psoriasis, multiple sclerose, allergische aandoeningen en de ziekte van Alzheimer, reageren in individuele gevallen op een behandeling met boswellia-extract, maar hiervoor zijn nog geen betrouwbare klinische studies voorhanden.
Ook in de diergeneeskunde wordt Boswellia sinds enkele jaren met succes ingezet, bvb. bij renpaarden met gewrichtsontstekingen.
Boswellia zou ook het human leukocyte elastase (HLE) blokkeren dat een rol speelt bij de pathogenese van emfyseem. HLE stimuleert ook mucusvorming, en dat opent misschien extra mogelijkheden voor behandeling van mucoviscidose, chronische bronchitis en asthmatische aandoeningen.

In tegenstelling tot de veel gebruikte NSAID's vertoont Boswellia serrata bij de aangeduide dosering geen bijwerkingen op gastro-intestinaal niveau.

*uitgebreide referenties ter beschikking : humane klinische studies, dierenstudies, farmacodynamiek, analytische chemie, farmacokinetiek, genetica en moleculaire biologie,...

Eigenschappen en werking vanuit ayurvedisch perspectief.
In de ayurvedische literatuur wordt boswelliahars beschreven als adstringent, stimulerend, koortswerend, antiseptisch, pijnstillend en bloedzuiverend. Toepassingsgebieden zijn vooral reumatische aandoeningen en chronische long- en darmziekten.
De overheersende smaak is wrang, maar het bevat, zoals de andere gugguls, zeker ook delen bitter, scherp en zoet. De virya is hoofdzakelijk koelend, en de vipaka vooral scherp.
Bij boswelliaharsextracten is het echter de prabhava die de hoofdrol speelt : de ontstekingsremmende werking door de blokkering van het 5-lipoxygenase. De prabhava onderwerpt hier rasa, virya en vipaka.
In die zin kan salai guggul worden ingezet bij vata-, pitta- en kapha-aandoeningen. Bij amavata werkt salai anti-reumatisch, ontstekingen van het pitta-type worden getemperd, en bij kapha wordt bronchoconstrictie getemperd en overmatige slijmvorming gedroogd.
Salai kan worden ingezet bij zowel acute als chronische ontstekingen en wordt zeer goed verdragen.
Aangezien er geen bijwerkingen zijn, kan het, in tegenstelling tot klassieke ontstekingsremmers, gedurende langere tijd worden gebruikt. Enkel in heel zeldzame gevallen worden brandend maagzuur en warmtesensaties in handen en voeten vastgesteld. Tijdens zwangerschap is voorzichtigheid geboden.

Enkele hedendaagse formuleringen
Ayurvedisch :
in combinatie met Trifalapoeder
in combinatie met curcumin (curcuminoide uit geelwortel)
Gemengd :
in combinatie met glucosamine en chondroitine (kraakbeenbescherming)
in combinatie met Zingiber Officinale, Spiraea, Ribes Nigrum, Origanum vulgare, Viola tricolor en MSM-methylsulfonylmethaan (algemene antioxidantformule tegen vrije radicalenschade)
uitwendig : in zalf voor topische toepassing bij arthritis

Goud, mirre en wierook in de geneeskunde – Modern medisch gebruik van de Driekoningengeschenken


Deze tekst is een vertaling van een (origineel engelstalig) artikel van de Finse medisch journaliste Maija Haavisto, met wie ik kennismaakte op Twitter (volg DiamonDie). Maija Haavisto is tevens de auteur van het bij ME-patiënten welbekende boek “Reviving the Broken Marionette, Treatments for CFS/ME and Fibromyalgia”

Het bijbelverhaal gaat dat de Drie Koningen of Wijzen uit het Oosten aan het kindje Jezus goud, mirre en wierook als geschenk gaven. Deze 3 stoffen zijn nog steeds van betekenis in de geneeskunde.

De meeste westerse kristelijke kerken vieren op 6 januari de Epifanie of het bezoek van de Drie Wijzen uit het Oosten of de Drie Koningen. Volgens het Nieuwe Testament schonken zij aan Jezus goud, mirre en wierook. Er bestaan meerdere theorieën over de juiste betekenis van deze dure en waardevolle geschenken. Hoe het ook zij, zowel goud, mirre als wierook hebben een medische betekenis. En 2 eeuwen na de Epifanie worden nog steeds nieuwe medische toepassingen ontwikkeld. In het bijzonder worden zij ingezet bij de behandeling van reumatische en autoimmuunaandoeningen.

Goud
Goud-zouten (zoals auranofin, aurothioglucose, en verschillende natriumzouten van goud – niet allemaal echte zouten) zijn vooral bekend voor het gebruik bij rheumatoïde arthritis. Soms worden zij ook ingezet bij de behandeling van andere autoimmuunziekten zoals psoriatische arthritis, systemische lupus erythematosus (lupus, SLE), en IBD (ontstekingsaandoeningen van het spijsverteringskanaal zoals de ziekte van Crohn en ulceratieve colitis).
De juiste werking van goud bij deze aandoeningen begrijpt men niet helemaal, maar heeft wellicht te maken met het temperen van het immuunsysteem en de ontstekingsrespons, zoals dat ook het geval is voor andere medicijnen voor de behandeling van autoimmuunziekten.
Auranofin zou ook enkele antikankereigenschappen hebben. Er zijn studies die aantonen dat de stof apoptose (de geprogrammeerde celdood) induceert in verschillende soorten kankercellen, o.a. bij baarmoederkanker en leukemie.

Mirre
Mirre is een hars dat wordt verkregen door het indrogen van het sap van bomen van de Commiphora-genus, vooral Commiphora myrrha. Historisch werd de stof gebruikt als wierook, in parfums, in zalfoliën en bij het balsemen. Studies wijzen uit dat mirre ontstekingsremmende, (lokaal) pijnstillende, en spierontspannende activiteit vertoont.
Van oudsher wist men dat mirre een sterk antisepticum is. Het werkt zowel antibacteriëel als antischimmel. Recent kreeg mirre ook heel wat aandacht als een mogelijke behandeling bij schistosomiasis (bilharzia), een parasitaire infectie die miljoenen mensen treft, maar uiteindelijk bleek de effectiviteit laag te zijn.
In Arabische landen wordt mirre gebruikt ter behandeling van diabetes, hoewel dit niet met klinische studies kon onderbouwd worden. Toch is het mogelijk dat mirre de glucosetolerantie verbetert. Een recente studie bij ratten wees op cholesterolverlaging, maar studies op mensen werden niet uitgevoerd.
Mirre wordt ook gebruikt in volksgeneeskundige tradities zoals de Chinese geneeskunde en in Ayurveda. Regelmatig wordt het gebruikt tesamen met wierook.

Wierook
Wierook stond in hoog aanzien in de bijbelse tijden. De meeste wierook wordt gemaakt van de harsen van bomen uit de Boswellia-genus, en wordt ook 'olibanum' genoemd. De damp van brandende wierook verjaagt muggen, wat heel nuttig zou kunnen zijn bij de preventie van ziekten die door muggen worden overgebracht, zoals malaria. Maar er zijn ook bereidingen voor orale toepassing. Vooral Indiase wierook of Boswellia serrata staat volop in de belangstelling, nadat de effectiviteit kon worden aangetoond bij de behandeling van verschillende chronische aandoeningen, van de ziekte van Crohn tot osteoarthritis. Boswellia heeft anti-inflammatoire, antibacteriële, antidepressieve en anxiolytische (angstremmende) eigenschappen. Het zou zelfs helpen de huid te verjongen.


References
Marzano C, Gandin V, Folda A, et al. Inhibition of thioredoxin reductase by auranofin induces apoptosis in cisplatin-resistant human ovarian cancer cells. Free Radic Biol Med. 2007 Mar 15;42(6):872-81.

Kim IS, Jin JY, Lee IH, et al. Auranofin induces apoptosis and when combined with retinoic acid enhances differentiation of acute promyelocytic leukaemia cells in vitro. Br J Pharmacol. 2004 Jun;142(4):749-55.

Amoudi et al. Hypocholesterolemic effect of some plants and their blend as studied on albino rats. International Journal of Food Safety, Nutrition, and Public Health. 2009;2(2):176

Dolara P, Corte B, Ghelardini C, et al. Local anaesthetic, antibacterial and antifungal properties of sesquiterpenes from myrrh. Planta Med. 2000 May;66(4):356-8.

Barakat R, Elmorshedy H, Fenwick A. Efficacy of myrrh in the treatment of human Schistosomiasis mansoni. Am J Trop Med Hyg. 2005 Aug;73(2):365-7.

Moussaieff A, Mechoulam R. Boswellia resin: from religious ceremonies to medical uses; a review of in-vitro, in-vivo and clinical trials. J Pharm Pharmacol. 2009 Oct;61(10):1281-93.


Read more at Suite101: Gold, Myrrh and Frankincense in Medicine: Modern Medical Uses of The Three Wise Men's Epiphany Gifts http://autoimmunedisease.suite101.com/article.cfm/gold_myrrh_and_frankincense_in_medicine#ixzz0bmiYRpLy

18 okt 2009

Kanttekeningen door Nancy Klimas bij het recent opnieuw belichte verband tussen ME/CVS en retrovirusinfectie (XMRV).

In de blogrubriek “Consults – Experten in de frontlinie van de geneeskunde” van de New York Times van 15.10.2009 werden een aantal vragen van lezers over ME/CVS - meer bepaald over de recent ontdekte link met het retrovirus XMRV - beantwoord door Nancy Klimas. Het artikel bevat genoeg interessante elementen voor een vertaling.

http://consults.blogs.nytimes.com/2009/10/15/readers-ask-a-virus-linked-to-chronic-fatigue-syndrome/



Lezersvragen : Een virus gelinkt aan het chronischevermoeidheidssyndroom.
Denise Grady, wetenschapsjournalist voor The New York Times, onderzocht recent de link tussen een recent ontdekt virus genaamd XMRV en het chronischevermoeidheidssyndroom, in “Is een virus de oorzaak van vermoeidheidssyndroom?”. Op de Consults blog beantwoordden wetenschappers en artsen van de International Association for Chronic Fatigue Syndrome (IACFS), een vereniging van 500 biomedische en gedragsprofessionals, lezersvragen over CVS.
Hieronder beantwoordt Nancy Klimas, actief in het bestuur van de organisatie, vragen over het recent ontdekte retrovirus en de klinische zorg bij CFS. Dr Klimas is directeur van de afdeling immunologie van de University of Miami School of Medicine en directeur research voor het klinisch onderzoek naar AIDS/HIV aan het Miami Veterans Affairs Medical Center. Lees ook Fred Friedberg's antwoorden op gedragsgerelateerde vragen in “Behavioral Treatments for Chronic Fatigue Syndrome”.

Is het chronischevermoeidheidssyndroom besmettelijk?
Vraag: Ik heb 25 jaar CFIDS. Als het een virus is, is het besmettelijk? Hoe wordt het overgedragen? Ik ben nu bezorgd dat ik anderen zou besmetten. Dank je. (Nona)
Antwoord van dr. Klimas: Over het algemeen worden retrovirussen niet verspreid via de lucht of druppeltjes, maar worden ze overgedragen via seksueel contact, verticaal (van moeder op foetus) of door bloedtransfusie. Uit wat we leerden over andere retrovirussen is het duidelijk dat de hoeveelheid virus van belang is, en dat mensen met lage hoeveelheden circulerende virussen niet zo besmettelijk zijn als mensen met hoge niveau's van het virus in het bloed. Van XMRV, het retrovirus dat recent werd gevonden bij veel patiënten met CVS, hebben we niet genoeg informatie om te beoordelen hoe besmettelijk het kan zijn.
Altijd als de mogelijkheid van seksuele overdracht wordt geopperd, worden mensen ongerust dat zij op een of andere manier verantwoordelijk zijn voor het infecteren van hun seksuele partners. Dit is een mogelijkheid, maar het is belangrijk te onthouden dat vele infecties afkomstig zijn van over-over-grootouders en generaties lang blijven bestaan als latente infecties, of als infecties afkomstig van vroege seksuele contacten met om het even welke partner in een reeks van partners. We weten dat het niet zo vaak voorkomt dat beide partners CVS ontwikkelen. En hoewel moeder-op-kind overdracht van CVS kan gebeuren, komt het toch weinig voor.
Het is duidelijk dat een aantal factoren het risico op CVS verhogen: de genetische opmaak, de immuunfunctie, de ernst van de oorspronkelijke infectie, om er maar een paar te noemen. Gewoon worden blootgesteld aan, of zelfs besmet te worden met, een virus, betekent niet dat de persoon ziek wordt. We weten zelfs niet of besmetting met XMRV werkelijk ziekte veroorzaakt, of dat het één van die verschillende gereactiveerde virussen is (zoals HHV-6, EBV en enterovirus) die in verband worden gebracht met CVS.
Het is belangrijk deze nieuwe bevindingen over het XMRV-virus niet meer belang toe te kennen dan als een opwindende nieuwe ontwikkeling. We hebben bevestigende studies nodig, en daarna studies om te kijken of het virus bijdraagt tot de oorzaak van het ziek blijven en de symptomen. Het goede nieuws is dat, als XMRV gelinkt is met CVS, er al vele antivirale medicijnen bestaan, al getest op veiligheid bij HIV, die virale replicatie kunnen tegengaan. Dit soort studies kan snel worden opgezet.

Bestaat er een bloedtest voor het 'CVS-virus'?
Vraag: Bestaat er een specifieke test, een bloedtest of een andere, om uit te maken of een persoon geïnfecteerd is met het XMRV-virus? (Beau Brincefield)
Antwoord van dr Klimas: De test voor XMRV waarover werd bericht wordt momenteel enkel gebruikt in een onderzoeksomgeving. Een uitspraak van de researchdirecteur bij het Whittemore-Peterson-instituut, die betrokken was bij de recente ontdekkingen, werd aangehaald: zij zouden een commerciële test aan het ontwikkelen zijn die beschikbaar zou zij 'binnen enkele weken'. Verschillende andere commerciële laboratoria zijn ook tests aan het ontwikkelen.
Enkele belangrijke punten. Ten eerste : antilichamentests vertellen of je werd blootgesteld aan een virus, en niet of je momenteel een actieve infectie hebt. Ten tweede, de techniek die bekend is als PCR-bepaling meet iets wat 'virale belasting' wordt genoemd ; de test is bedoeld om na te gaan of er actief replicerend virus aanwezig is, dan wel latent (inactief) virus. Dit kan allebei nuttig zijn bij dit nieuwe virus, maar we hebben er enkel toegang toe in een onderzoeksomgeving.
Een andere manier om uit te vinden of je geïnfecteerd bent is via een viruskweek. De recente studie gepubliceerd in Science maakte gebruik van zowel viruskweken als PCR-bepalingen.

Lichaamsoefeningen en CVS
Vraag: Ik was een zeer actief iemand en hield van sporten. Toen kreeg ik één of andere infectie. Uiteindelijk, na bezoek aan verschillende artsen en gezondheidsprofessionals, kreeg ik de diagnose CVS. Intussen heb ik het wat makkelijker om ermee om te gaan. Ik probeer rustperiodes in te bouwen gedurende de dag. Ik zou graag opnieuw sporten, maar ik voel er mij achteraf zo ziek van en mijn spieren doen dan zo'n pijn. Heeft u enig advies? Moet ik doorduwen en opnieuw proberen sporten? Ik vind het zo al moeilijk genoeg om bij te blijven op school en het normale lopen dat je al dagelijks moet doen... Ik wil niet wegblijven van school. (Pat)
Antwoord van dr Klimas: De meeste CVS-patiënten hebben er baat bij om hun lichaamsoefeningen in korte stukjes op te delen, dan een korte rustperiode in te bouwen, en dan opnieuw te proberen. Het is zeker zo dat 'doorduwen' je kan doen 'crashen' en een herval kan dagen of zelfs weken duren. Aan mijn patiënten raad ik de 5-minuten-regel aan: vijf minuten oefenen, dan vijf minuten platliggen, dan opnieuw 5 minuten oefenen, en zo op de duur telkens met een extra 5 minuten opbouwen.
Als je al wat meer oefening aankan dan dit, probeer dat dan, daarna bouw je pauze in, en probeer dan opnieuw. Het is ook zo dat CVS-patiënten wel beter soepelheids- en weerstandsoefeningen (stretching, trainen met gewichten) verdragen. Omdat CVS-patiënten meer vatbaar zijn voor bloeddrukschommelingen tijdens het trainen, verdragen zij aërobe oefeningen het best in liggende houding – zwemmen, fietsen op een ligfiets,...dat soort dingen.

Kan ik mij als vrijwilliger opgeven voor een studie?
Vraag: Ik verwijs graag naar posting 25, en zou willen weten wanneer en hoe men zich als vrijwilliger kan opgeven voor een geneesmiddelenonderzoek? Dank voor uw hulp. (Sally)
Antwoord dr Klimas: Er zijn geneesmiddelen- en andere studies lopende overal in de Verenigde Staten en wereldwijd die deze aandoening en mogelijke behandelingen onderzoeken. Onderzoekers aan het Whittemore Peterson-instituut en elders plannen momenteel antivirale studies gebaseerd op de recente onderzoeksontwikkelingen. Ik zou vooral deze 3 websites bekijken — International Association for CFS/ME, CFIDS Association of America, en Whittemore Peterson Institute for Neuro-Immune Disease - voor verdere ontwikkelingen.
Werd er jaren geleden een CVS-virus ontdekt?
Vraag: In de vroege jaren '90 ontdekte dr Elaine DeFreitas aan het Wistar Institute in Philadelphia een nieuw menselijk retrovirus (nauw verwant aan HTLV-2, met eigenschappen die deden denken aan het Spuma-virus) in CFIDS-patiënten. Dit werd daarna bevestigd door 2 andere prominente onderzoekers (en een commerciëel laboratorium). Dr DeFreitas was bijna rond met het in kaart brengen van het genoom en publiceerde een goed uitgewerkte bijdrage in een toptijdschrift. Toen beschadigden de CDC en NIH haar reputatie omdat haar opvattingen niet strookten met hun stellige beweringen dat CFIDS psychoneurose was. Niemand anders volgde dit op uit angst dat hun carriere eveneens zou worden verwoest. Dit werd gedetailleerd uiteengezet in het opzienbarende boek 'Osler's Web'. Gaat het hier om hetzelfde virus als het 'nieuwe' XMRV? (Justin Reilly)
Antwoord dr Klimas: Dr DeFreitas heeft opzienbarend werk verricht en zou moeten gefeliciteerd worden voor haar vroege resultaten die wezen in de richting van retrovirusinfectie bij CVS. Sindsdien ging de technologie met rasse schreden vooruit, wat onderzoekers nieuwe mogelijkheden geeft om te zoeken naar virussen die nog moesten worden geïdentificeerd in 1990-92, incl. het XMRV-virus.
Er werden ook nieuwe antivirale medicijnen ontwikkeld die effectief zouden kunnen zijn om dit type infectie in bedwang te houden. We begrijpen nu ook veel meer over de toxiciteit en het veilig gebruik van deze medicijnen.
Ik feliciteer het Whittemore Peterson Institute voor hun uitstekende werk. Ik ben ook verheugd voor Elaine vandaag. Ik zou ook aan de patiënten willen vragen nog iets meer geduld te hebben zodat onderzoekers het soort klinische studies kunnen opstellen en uitvoeren die kunnen uitwijzen of dit virus een spilfunctie heeft bij langdurige ziekte.

Verbanden tussen HIV en XMRV?
Vraag: ik vond de vergelijking met HIV (en dit enkel en alleen omdat het ook om een retrovirus gaat) onnodig alarmerend, en erger, het soort sensatiezoeken dat eerder thuishoort in de tabloids. Voor zoverre ik het begrijp... is het verband tussen beide hoogstens zwak en veralgemenend.
Het maakt mij boos dat de vergelijking met HIV helemaal uit zijn context wordt gehaald ; er zijn meerdere retrovirussen waarvan niet geweten is of ze eigenlijk enige ziekte veroorzaken. Dit virus vergelijken met het meest bekende en gevreesde virus, is simplistisch en ronduit onjuist. We mogen niet vergeten dat retrovirussen er altijd geweest zijn in de geschiedenis van de mensheid, en, terwijl sommige niet ziekmakend zijn, zijn de meeste niet zo extreem als HIV.
Het virus vergelijken met HIV crëert onnodige ongerustheid en lijden voor mensen die al af te rekenen hebben met een moeilijke ziekte. De vergelijking is nutteloos buiten de context, en verschaft de lezer geen nuttige informatie.
Ik vraag dat u nadenkt over de morele gevolgen van uw slordige vergelijking – de horror en angst bij die mensen die misschien denken dat het even ziekmakend is als HIV, en bij diegenen die vrezen misschien anderen te besmetten. (David)
Antwoord dr Klimas: U heeft daar een punt. Dit is één studie, waarvan de resultaten moeten gevalideerd worden, en de volgende studie kijkt naar behandelingsmogelijkheden. En u heeft gelijk, sommige retrovirussen lijken goedaardig, terwijl andere ziekmakend zijn.
Maar ik hoop dat u niet bedoelt dat CVS-patiënten niet even ziek zijn als HIV-patiënten. Mijn HIV-patiënten zijn er meestal goed aan toe na 3 decennia intens en uitstekend onderzoek en miljarden aan investeringen. Veel van mijn CVS-patiënten echter zijn verschrikkelijk ziek en kunnen niet werken of bijdragen tot de zorg voor hun gezin.
Ik verdeel mijn klinisch werk tussen de 2 ziekten, en ik verzeker u dat, als ik kon kiezen tussen de 2 ziekten (in 2009), dat ik dan liever HIV zou hebben. CVS, dat een miljoen mensen treft in de VS alleen, krijgt maar een kleine fractie toebedeeld van de beschikbare researchdollars.
Ondanks deze beperkingen werden er belangrijke inspanningen gedaan om de oorzaak te begrijpen en effectieve behandelingen te ontwikkelen. Het Whittemore-Peterson-instituut zou in de bloemetjes moeten worden gezet voor hun uitstekende werk, dat werd uitgevoerd in een gloednieuw centrum gefinancierd met privédonaties, staatsgelden en medewerking van de NIH. Creatief onderzoek en creatieve financiering!

Is slaap een factor in CFS?
Vraag: Denkt u dat slaap een factor zou kunnen zijn in CFS? Heeft u gehoord over Xyrem dat ingezet wordt om stadium 4, de diepe slaap, te vergemakkelijken? Bijna iedereen met fibromyalgie en/of CVS zegt niet in staat te zijn diep te slapen, een herstellende slaap te hebben. We kijken allemaal uit naar hulp hiervoor nog tijdens dit leven. Zovele jaren gaan verloren aan deze ziekten. (Abot Bensussen)
Antwoord dr Klimas: Er is een klinische studie onderweg naar de effecten van Xyrem, een geneesmiddel dat wordt gebruikt om slaapstoorissen zoals narcolepsie te behandelen, bij fibromyalgie. Het is zeker zo dat herstellende slaap een goede zaak is, en dat de langzame-golvenslaap (stadium 4) heel belangrijk is voor een herstellende slaap. Een slaapspecialist kan helpen met dit deel van de behandeling, maar het is belangrijk een slaapstudie te laten uitvoeren voor je de inname van enig slaapmiddel overweegt.
In een studie uitgevoerd door mijn groep, vonden we dat ongeveer de helft van de CVS-patiënten een bepaalde graad van slaapapnoe ontwikkelen na verloop van tijd, een behandelbare aandoening die kan verergeren door sommige slaapmiddelen.

1 jun 2009

Marian Dix Lemle - The "hydrogen sulfide" hypothesis in ME/CFS

Interesting read as a background to my former post regarding De Meirleir's press conference of a few days ago.

Author : Marian Dix Lemle
3135 Ellicott Street, NW
Washington, DC 20008,
United States
Tel.: +1 202 537 0344; fax: +1 202 775 0045
E-mail address: mdlemle@yahoo.com
2 Editorial / Medical Hypotheses xxx (2008) xxx–xxx


Hypothesis:
Chronic fatigue syndrome is caused by dysregulation of hydrogen sulfide metabolism
Chronic fatigue syndrome (CFS), which is also known as myalgic encephalomyelitis (ME), is a debilitating, multi-system disease whose etiology is unclear, and for which there are as yet no reliable treatments. Here the hypothesis is advanced that the multi-system disturbances in CFS/ME are caused by disturbances in the homeostasis of endogenous hydrogen sulfide (H2S) and result in mitochondrial dysfunction.
Research on H2S – the gas that causes the characteristic smell of rotten eggs – dates to the 1700’s and has shown a remarkable range of effects in both animals and humans. At high concentrations, H2S has a variety of biological toxicities including being instantaneously deadly; at low concentrations some evidence suggests that H2S has beneficial effects and can act as an endogenous biological mediator – the third such gaseous mediator discovered (after nitric oxide and carbon monoxide). The brain, pancreas and the gastrointestinal tract produce H2S. Endogenous H2S plays a role in regulating blood pressure, body temperature, vascular smooth muscle, cardiac function, cerebral ischemia, and in modulating the hypothalamus/pituitary/adrenal axis. It even has been called a ‘‘master metabolic regulator”.
Recent research has demonstrated that at low, non-toxic doses, exogenous H2S produces a reversible state of hibernation-like deanimation in mice, causing a decrease in core body temperature, an apnea-like sleep state, reduced heart and respiration rates, and a severe metabolic drop [1]. These characteristics are not unlike the symptoms and extreme ‘‘de-animation” experienced by CFS/ME patients. Moreover, H2S affects biological networks that are disrupted by CFS including neurologic, endocrine and immunologic systems. Therefore, a plausible etiology of CFS is an increase in the activity of endogenous H2S, thereby inhibiting mitochondrial oxygen utilization.

H2S and Mitochondria
In this view, fatigue and the other CFS/ME symptoms could be due to diminished physiological and cellular energy due to reduction in the capacity of mitochondria to utilize oxygen and synthesize ATP. Specifically, H2S binds to the mitochondrial enzyme cytochrome c oxidase, which is part of Complex IV of the electron transport chain, and attenuates oxidative phosphorylation and ATP production. Consistent with this finding, recent research on low level H2S toxicity points to increased formation of free radicals and depolarization of the mitochondrial membrane, a condition that would decrease ATP synthesis [2]. If poisoning renders mitochondria inefficient, one would expect cells to shift to anaerobic mechanisms, a
shift that has been reported for CFS patients. Also consistent with this hypothesis is the fact that mitochondria are organelles descended from ancient eukaryotic sulfur-utilizing microbes. Thus, it is not surprising that they show a very high affinity for sulfide. Of course, H2S or sulfide may not directly affect mitochondria by binding to them. Genomic changes could mediate some of the effects of H2S. Some studies have found evidence for the involvement of the cytochrome c oxidase gene in CFS/ME. Also, investigators have found CFS abnormalities in genes related to fatty acid metabolism, apoptosis, mitochondrial membrane function, and
protein production in mitochondria. Given a predisposing genetic background, H2S may lead to genomic instability or cumulative mutations in the mitochondrial DNA [3]. Alternatively, the effects of H2S could be initially mediated by changes in the redox potential of cells or changes in their sulfur metabolism, especially in glutathione. Another possible mechanism is a direct effect of H2S on the immune system. Recent research indicates that exogenous hydrogen sulfide induces functional inhibition and cell death of cytotoxic lymphocyte subsets of CD8 (+) T cells and NK cells. Finally, H2S plays a pivotal role in both aerobic and non-anaerobic organisms as a signaling molecule. Bacteria in the gut both produce H2S and utilize it as a substrate alternative to oxygen. This is of particular relevance in the gastrointestinal tract, where unusually high levels of gram-negative bacteria, which increase intestinal permeability, have been found in patients with CFS/ME [4]. In addition to bacteria, yeast, mold and other fungi also emit H2S.
CFS/ME is a model disease for multisystem disturbance. It is my hypothesis that mitochondria, organelles required by every cell to sustain life, are unable to adequately utilize oxygen. This mitochondrial disturbance could be due to the combined effects of anaerobic conditions known to occur in CFS and associated low-level H2S toxicity. This increase in H2S alters fine signaling necessary for body homeostasis, and causes CFS. Understanding the role of H2S in the body, and, in particular, in mitochondrial function, may provide a unifying lens through which to view the diverse manifestations of this complex disease.

References
[1] Blackstone Eric, Morrison Mike, Roth Mark B. H2S induces a suspended animation-like state in mice. Science Magazine 2005;308(5721):518.
doi:10.1126/science.110858.
0306-9877/$ - see front matter  2008 Elsevier Ltd. All rights reserved.
doi:10.1016/j.mehy.2008.08.003
[2] Eghbal MA, Pennefather PS, O’Brien PJ. H2S cytotoxicity mechanism involves
reactive oxygen species formation and mitochondrial depolarisation. Toxicology 2004;203(1–3):69–76. PMID: 15363583.
[3] Attene-Ramos MS, Wagner ED, Gaskins HR, Plewa MJ. Hydrogen sulfide induces direct radical-associated DNA damage. Mol Cancer Res 2007 [PMID: 17475672].
[4] Maes M, Mihaylova I, Leunis JC. Increased serum IgA and IgM against LPS of enterobacteria in chronic fatigue syndrome (CFS): indication for the involvement of gram-negative enterobacteria in the etiology of CFS and for the presence of an increased gut-intestinal permeability. J Affect Disord. 2007;99(1–3):237–40. PMID: 17007934.

30 mei 2009

Anti-aging effects of multivitamins?

Nutraingredients, an important webportal for the nutraceuticals industry, just reported on a new study (to appear in the June issue of the American Journal of Clinical Nutrition) prudently linking intake of multivitamins to slower shortening of telomeres, thereby slowing the aging process. More research is needed, but I think the article is important enough as a little counterweight for recent negative press coverage on vitamin intake.

Multivitamins linked to younger ‘biological age’: Study
By Stephen Daniells, 27-May-2009
The cells of multivitamin users may have a younger biological age than cells from non-users, according to new research from the US.

Researchers led by Honglei Chen, MD, PhD from National Institute of Environmental Health Sciences looked at the length of telomeres, DNA sequences at the end of chromosomes that shorten as cells replicate and age.
The ageing and lifespan of normal, healthy cells are linked to the so-called telomerase shortening mechanism, which limits cells to a fixed number of divisions. During cell replication, the telomeres function by ensuring the cell's chromosomes do not fuse with each other or rearrange, which can lead to cancer. Elizabeth Blackburn, a telomere pioneer at the University of California San Francisco, likened telomeres to the ends of shoelaces, without which the lace would unravel.
With each replication the telomeres shorten, and when the telomeres are totally consumed, the cells are destroyed (apoptosis). Previous studies have also reported that telomeres are highly susceptible to oxidative stress.
Dr Chen and his co-workers noted that telomere length may therefore be a marker of biological ageing, and that multivitamins may beneficially affect telomere length via modulation of oxidative stress and chronic inflammation.
According to results published in the new issue of the American Journal of Clinical Nutrition, the telomeres of daily multivitamin users may be on average 5.1 per cent longer than in non-users.
“To our knowledge, this was the first epidemiologic study of multivitamin use and telomere length,” wrote Dr Chen and his co-workers. “Regular multivitamin users tend to follow a healthy lifestyle and have a higher intake of micronutrients, which sometimes makes it difficult to interpret epidemiologic observations on multivitamin use.
“Further investigations would be needed to understand the role of multivitamin use and telomere length and its implication in the etiology of chronic diseases.”
Multivitamin use
According to a National Institutes of Health (NIH) State-of-the-Science Panel, half of the American population routinely use dietary supplements, with their annual spend estimated at over $20 billion.
Recent results of the National Health and Nutrition Examination Survey showed that 35 per cent of the US adult population regularly consumes one or more types of multivitamin product (Am. J. Epidemiol., 2004, Vol. 160, Pages 339-349).
New study
Dr Chen and his co-workers analysed multivitamin use and nutrient intakes, as well as telomere length of 586 women aged between 35 and 74 in the Sister Study. A 146-item food-frequency questionnaire was used to determine multivitamin use and nutrient intakes.
Compared to non-multivitamin users, the researchers noted that that telomeres were on average 5.1 per cent longer for daily multivitamin users.
In an attempt to identify specific nutrients that could be behind the observations, a positive relationship between telomere length and intakes of vitamins C and E from foods was observed.
“Whereas the evidence is not sufficient to conclude that these 2 dietary antioxidants mediated the observed relation, the results are consistent with experimental findings that vitamins C and E protect telomeres in vitro,” wrote the researchers.
Being the first study to report such an association, Dr Chen and his co-workers emphasized that the evidence is only preliminary and that additional epidemiologic studies are required to further explore the association. The implications of the findings in terms of ageing and the etiology of chronic diseases should be carefully evaluated.

Source: American Journal of Clinical Nutrition
June 2009, Volume 89, Number 6, Pages 1857-1863, doi:10.3945/ajcn.2008.26986
"Multivitamin use and telomere length in women"
Authors: Q. Xu, C.G. Parks, L.A. DeRoo, R.M. Cawthon, D.P. Sandler, H. Chen

9 apr 2009

The most useful food supplements in ME/CFS?

Several contacts from Belgium and abroad have asked me which nutritional supplements I consider to be the most useful in ME/CFS management. Very difficult to answer. It really depends on your individual constitution, on your specific disease history, on which symptom complexes are the most prominent in your situation, not in the least on the amount of money you can spend.... However, there are some well-documented nutritional substances that have proved to be beneficial for many ME/CFS patients. They deal with underlying pathologies like cytokine imbalances, leaky gut and intolerances, oxidative and nitrosative stress, glutathion depletion, subclinical inflammation, etc...

So I will give it a try anyway.
This is a (non-limitative) list of supplements that can really be helpful in ME/CFS. They are my favorites. None of these substances are “magic bullets”, but they do help in correcting specific deficiencies and imbalances over time.

Zinc (zinc monomethionine , zinc carnosine)

Selenium (L-selenomethionine, selenocysteine)

NAC – N-acetylcysteine

Glutamine

Curcumin (Turmeric extract)

Omega-3 fatty acids (EPA/DHA)

Betaglucans 1,3-1,6 (shiitake extract, pleurotus extract,...preferably not yeast extracts)

Alpha lipoic acid

Coenzyme Q10 (ubiquinone or ubiquinol)

B-vitamin Complex

Chitrak (Plumbago Zeylanica)*

Do remember to adjust your diet and lifestyle, and please seek the guidance of a medical professional who is knowledgeable about ME/CFS.

*Please do not start intake of Chitrak if you are underweight or suffering from gastric problems (ulcers, acid reflux, etc...) or show any signs of inflammation in your gastrointestinal tract. If you are on Chitrak, immediately stop the intake whenever you feel any discomfort in the stomach region.

7 feb 2009

Kurkumine, goudgele gezondheid

Kurkuma is een specerij gewonnen uit de rhizomen van Curcuma longa, een plant uit de gemberfamilie (Zingiberaceae). Rhizomen zijn horizontaal groeiende ondergrondse stengels waaruit zowel scheuten als wortels groeien. De felgele kleur van kurkuma is vooral afkomstig van de vetoplosbare polyfenolen in de specerij die kurkuminoïden worden genoemd. Kurkumine, de belangrijkste kurkuminoïde in kurkuma, wordt algemeen beschouwd als de meest actieve stof. Andere kurkuminoïden in kurkuma zijn demethoxykurkumine en bisdemethoxykurkumine. Bovenop het gebruik als specerij en als pigment, wordt kurkuma in India al eeuwen toegepast voor medicinale doeleinden. Hedendaagse wetenschappers hebben steeds meer belangstelling voor de preventieve en curatieve eigenschappen van kurkumine, omdat recent flink wat degelijk bewijs gevonden wordt voor de anti-inflammatoire en antikankeractiviteit van dit specerij-extract.

Metabolisme en biobeschikbaarheid

Klinische studies bij mensen tonen aan dat de systemische beschikbaarheid van oraal toegediend kurkumine relatief laag is, en dat men in plasma en serum vooral de kurkuminemetabolieten i.p.v. kurkumine zelf terugvindt enige tijd na inname. Kurkumine is zeer onstabiel in de darm en wordt in darm en lever heel vlug geconjugeerd tot kurkumineglucuroniden en -sulfaten of gereduceerd tot hexahydrokurkumine. Men weet niet of deze metabolieten dezelfde biologische activiteit vertonen als kurkumine zelf. Gelijktijdige toediening van piperine (uit Piper nigrum, zwarte peper) doet de biobeschikbaarheid van kurkumine wel gevoelig toenemen. Belangrijk om weten is wel dat voor de weldadige effecten van kurkumine, zoals de veronderstelde bescherming tegen darmkanker, systemische absorptie misschien niet noodzakelijk is. Bij darmkankerpatiënten die 3.6 gram kurkumine per dag kregen gedurende 7 dagen ter voorbereiding op een operatie , zag men wel een lokale ophoping van kurkumine in het (zowel aangetaste als normale) darmweefsel, maar niet in het leverweefsel van darmkankerpatiënten met levermetastases. De biobeschikbaarheid van kurkumine, in het bijzonder bij lagere orale doses, reikt wellicht niet veel verder dan het darmweefsel. Men denkt wel dat kurkumine iets beter in de andere weefsels wordt opgenomen door het op te lossen in warm water of in te nemen met 'vettige' vloeistoffen, maar dit werd onvoldoende bestudeerd.

Biologische activiteit

Antioxidant-activiteit.
Kurkumine blijkt effectief agressieve zuurstof- en stikstofradicalen weg te vangen. Hoewel, men is het er niet over eens of kurkumine eigenlijk een rechtstreekse antioxidant is in vivo : de stof is nauwelijks biobeschikbaar in vergelijking met andere vetoplosbare antioxidanten zoals bvb. alfatocoferol (vitamine E). In (pre)cancereus darmweefsel (zie hierboven) zouden de concentraties evenwel hoog genoeg liggen om oxidatieve en nitrosatieve DNA-schade tegen te gaan. Naast de activiteit als rechtstreekse vrije radicalenvanger werkt kurkumine wellicht indirect door het blokkeren van ontstekingsenzymes of door het stimuleren van de aanmaak van glutathion, een belangrijke intracellulaire antioxidant.

Anti-ontstekingsactiviteit.
Arachidonzuur in de celmembranen speelt een belangrijke rol bij de ontstekingsrespons door de aanmaak van krachtige chemische boodschapperstofjes, de eicosanoïden. De fosfolipiden in de celmembraan worden gehydrolyseerd door fosfolipase A2 (PLA2), waarbij arachidonzuur vrijkomt, dat wordt gemetaboliseerd door cyclo-oxygenases (COX-enzymes) tot prostaglandines en tromboxanen, en door lipoxygenases (LOX-enzymes) tot leukotriënen. In celculturen blokkeert kurkumine de activiteit van PLA2-, COX-2- en 5-LOX-enzymes. Kurkumine remt rechtstreeks de katalytische werking van 5-LOX, maar remt de werking van PLA2 door fosforylatie ervan te voorkomen en de werking van COX-2 door transcriptie ervan te verhinderen. Nuclear factor-kappa B (NF-kB) is een transcriptiefactor die DNA bindt en de transcriptie van het COX-2- en andere pro-inflammatoire genen zoals iNOS (inducible nitric oxide synthase) stimuleert. In ontstekingscellen zoals macrofagen katalyseert iNOS de synthese van stikstofoxide, dat kan reageren met het superoxide-anion om peroxynitriet te vormen, een hoogst reactief stifstofradicaal dat eiwitten en DNA kan beschadigen. In celkweken in het lab en dierenstudies toonde men aan dat kurkumine de door NF-kB-afhankelijke gentranscriptie kan remmen en de COX-2- en iNOS-aanmaak.

Glutathionsynthese.
Glutathion is een intracellulaire antioxidant die een sleutelrol speelt bij verhoogde cellulaire stress. In die situatie gaat het glutathionniveau de hoogte in door verhoogde expressie van GCL (glutamaatcysteïneligase). In celculturen blijkt dat kurkumine, door verhoogde transcriptie van genen die coderen voor GCL, zorgt voor meer glutathionaanmaak.

Effecten op biotransformatie-enzymes die verband houden met kankerverwekkende stoffen.
Biotransformatie-enzymes zijn belangrijk in het metabolisme en de uitscheiding van biologisch actieve stoffen zoals geneesmiddelen en kankerverwekkende stoffen (carcinogenen). Fase I-enzymes, waaronder die van het cytochroom-P450 (CYP) stimuleren de reactiviteit van vetoplosbare verbindingen en bereiden ze voor op de reacties o.i.v. Fase-II-enzymes. Fase-II-enzymes verhogen de wateroplosbaarheid en stimuleren aldus de eliminatie van deze stoffen. Hoewel meer enzymactiviteit in het algemeen tot meer eliminatie van kankerverwekkende stoffen leidt, worden sommige precarcinogenen gemetaboliseerd tot actieve carcinogenen o.i.v. welpaalde Fase-I-enzymes. Een voorbeeld daarvan is CYP1A1. Kurkumine blijkt in staat te zijn de activiteit van dit enzym tegen te gaan. Anderzijds zou kurkumine de activiteit van Fase-II-enzymes (zoals glutathion-S-transferase) stimuleren wat zou leiden tot verhoogde eliminatie van kankerverwekkende stoffen.

Celdelingstop en apoptose. Cellen vermenigvuldigen zich door al hun componenten te dupliceren en vervolgens in tweeën te splitsen. Dit proces van duplicatie en splitsing wordt de celcyclus genoemd. De belangrijkste taak hierbij is het doorgeven van de genetische informatie aan de nieuwe generatie cellen. Het is belangrijk dat er gedurende de celcyclus zo weinig mogelijk fouten gemaakt worden. Indien toch een fout optreedt tijdens de celcyclus kan er een celdelingstop optreden (cell cycle arrest) om het beschadigde DNA nog te repareren, of, indien dit niet meer kan, treden mechanismes op die leiden tot apoptose, de 'geprogrammeerde celdood'. Beide gebeurtenissen verhinderen het ontstaan en het doorgeven van mutaties die tot kanker kunnen leiden. Enkele onderzoekers ontdekten dat kurkumine in staat is, althans in kankercelculturen in het lab, zowel een celdelingstop als apoptose uit te lokken in kankercellen. Andere onderzoeken spreken dit evenwel tegen.

Inhibitie van tumorinvasie en angiogenese.
Kankercellen raken binnen in gezond weefsel met de hulp van bepaalde enzymes, matrix-metalloproteinases. Men ontdekte dat kurkumine de activiteit van die enzymes tegengaat. Om sneller te kunnen groeien, gaan tumoren ook nieuwe bloedvaten ontwikkelen : dit proces heet angiogenese. Zowel in een labokweek van vasculaire endotheelcellen als in een dierenstudie werd reeds aangetoond dat kurkumine angiogenese kan verhinderen.

Belangrijk : het merendeel van de beschreven biologische activiteiten van kurkumine werden waargenomen in de aanwezigheid van kurkuminedosissen die veel hoger liggen dan degene die kunnen worden bereikt in menselijke cellen na orale inname.

Preventie en behandeling van ziekte

Bovenstaande gegevens ivm de potentiële gezondheidseffecten van kurkumine komen hoofdzakelijk uit in vitro- en dierenstudies. De veelbelovende resultaten leidden recent wel tot de opzet van een flink aantal humane klinische studies om het effect van kurkumine te onderzoeken op multiple myeloma, alvleesklierkanker, colonkanker, psoriasis, de ziekte van Alzheimer, enz.....

Kanker.
Een vroegere fase-I klinische studie deed het nut van kurkuminesuppletie al vermoeden bij darmkanker. Een nieuwe fase-II-studie (2008) toonde de biologische activiteit van kurkumine aan bij enkele patiënten met gevorderde alvleesklierkanker. De onderzoekers stuitten wel opnieuw op de lage biobeschikbaarheid en het hydrofobe karakter van kurkumine en stellen voor om bij volgende klinische studies eventueel een type 'liposome-encapsulated' kurkumine te gebruiken. Fase-II studies bij darmkankerpatiënten zijn lopende.

Ontstekingsziekten.
Er werden tot heden enkel kleinere studies uitgevoerd, o.a. bij reumapatiënten (RA) en bij mannen herstellende na een operatie van een liesbreuk : daaruit bleek dat kurkumine wel degelijk ontsteking vermindert, en ongeveer even goed werkt als een NSAID. Meer onderzoek is nodig.

Cystische fibrose/mucoviscidose.
Er werd een fase-I-klinische studie uitgevoerd waarin kurkumine de functie van het defecte CFTR-eiwit niet corrigeerde. Momenteel loopt een vervolgstudie die het effect van hogere kurkuminedoses onderzoekt.

Ziekte van Alzheimer.
Bij de ziekte van Alzheimer gaan amyloid-beta-peptiden oligomeren vormen die zich in de hersenen ophopen tot 'amyloid plaques'. Ook ontsteking en oxidatieve schade schade dragen bij tot het voortschrijden van de ziekte van Alzheimer. In het lab verhinderde kurkumine de vorming van de typische amyloid-beta-oligomeren. Dierenstudies waarbij kurkumine perifeer werd geïnjecteerd, tonen aan dat kurkumine door de bloed-hersenbarrière gaat. In andere dierenstudies met oraal toegediend kurkumine verminderden specifieke ontstekings- en oxidatieve-schade-markers, plaquevorming en geheugenstoornissen. Men weet niet of oraal kurkumine bij mensen doorheen de bloed/hersenbarrière gaat of het voortschrijden van de ziekte kan remmen. De resultaten van verdere humane klinische studies worden weldra verwacht.

Bronnen

Voeding.
In India, Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten wordt kurkuma veelvuldig als specerij gebruikt in de keuken. Kurkuma bevat ongeveer 2 tot 9% kurkuminoïden. Van dit percentage is ongeveer 75% kurkumine. Currypoeder bevat kurkuma samen met andere specerijen, maar het gehalte aan kurkumine in currypoeder kan zeer verschillen en is meestal aan de lage kant. Kurkumin wordt ook gebruikt als felgele kleurstof in voedingsmiddelen. Als voedingsadditief draagt kurkumin het volgende E-nummer : E100.

Supplementen.
Zowel kurkumapoeders (met laag kurkuminegehalte) als kurkumineproducten (plantenextract met meestal 95% kurkuminoïden) zijn vrij verkrijgbaar als voedingssupplement. Aan sommige kurkuminepreparaten wordt piperine (extract uit zwarte peper, Piper nigrum) toegevoegd om de biobeschikbaarheid te verhogen. Wees voorzichtig met de inname van piperine als je geneesmiddelen inneemt, omdat piperine het metabolisme en de uitscheiding van geneesmiddelen sterk kan beïnvloeden. Waarschuw je arts. Optimale doseringen voor kankerpreventie of therapeutisch gebruik zijn niet vastgesteld. Men vermoedt dat doseringen lager dan 3,6 gram kurkumine per dag niet biologisch actief zijn in menselijk weefsel.

Veiligheid

Bijwerkingen.
Zelfs bij inname van hoge doses kurkumine ((tussen 2 en 12 g per dag) werden bij mensen geen ernstige bijwerkingen gerapporteerd, ook niet bij langdurige inname. Er is wel melding gemaakt van misselijkheid en diarree. Een andere studie meldt galblaascontracties bij doses van 20-40 mg, wat evt symptomen kan veroorzaken bij mensen met galstenen. Een heel recente studie (2009) toont aan dat kurkumine een biologisch actief ijzerchelator is.

Zwangerschap en borstvoeding.
Hoewel er geen enkel bewijs is dat de inname van kurkuma als specerij een negatief effect zou hebben bij zwangerschap of borstvoeding, is de veiligheid van hooggedoseerde kurkuminesupplementen onvoldoende aangetoond.

Interacties met geneesmiddelen.
Kurkumine remt de bloedplaatjesaggregatie en kan het risico op bloedingen verhogen bij mensen die bloedverdunners krijgen. In het lab vond een studie op kweken van borstkankercellen dat kurkumine apoptose door bepaalde chemotherapeutica remde. Het is niet helemaal duidelijk, maar, als je chemotherapie krijgt voor de behandeling van borstkanker, is het voorlopig beter geen hooggedoseerde kurkuminesupplementen te gebruiken. Sommige supplementen bevatten, naast kurkumine ook piperine, wat metabolisme en uitscheiding van bepaalde geneesmiddelen beïnvloedt. Overleg dus eerst met je arts of je al dan niet veilig kurkumine kan innemen als supplement.

(Voor deze tekst werden verscheidene bronnen geraadpleegd : uitgebreide lijst met referenties op aanvraag).

12 dec 2008

ME/CVS in Ayurveda : BALA KSHAYA (korte samenvatting)

De meer dan 5000 jaar oude Ayurveda, de klassieke Indiase geneeskunde, beschrijft een ziektebeeld dat zeer veel overeenkomsten vertoont met zowel ME/CVS als HIV/AIDS. Het wordt 'Bala Kshaya' genoemd. Deze Sanskrit-term betekent letterlijk : 'het aftakelen van de levenskracht'. (Bala = levenskracht, Kshaya = afbraak, aftakeling).

De pathogenese ('Samprapti' in het Sanskrit) of het ontstaansmechanisme wordt als volgt beschreven :

enerzijds het uit balans raken van 2 hoofd-dosha's (humoren) :
1.VATA : het 'kinetische' principe, dat vooral staat voor wat we tegenwoordig het 'zenuwstelsel' noemen. Dit is de neurologische component van de ziekte.
2.PITTA : het 'transformatie'-principe, dat vooral staat voor wat we tegenwoordig het 'metabolisme' noemen. Ayurveda leert dat pitta-uit-balans vooral leidt tot ontstekingen. Dit is de inflammatoire component van de ziekte

en anderzijds het ontstaan en de opstapeling van AMA, een slijmerige substantie vooral gevormd door endogene toxines die de SROTA's (macro- en micro-lichaamskanalen) blokkeren. Deze blokkering strekt zich uit tot op het niveau van de individuele lichaamscel en haar componenten. Dit onderdeel betreft de cellulaire-immuniteits-component van de ziekte.

De behandeling ('Chikitsa' in het Sanskrit) is dan ook drieledig (heel kort samengevat):
1. het opnieuw in balans brengen van VATA
met vatabalancerende dieet- en levensstijlmaatregelen, snehana (oleatie), warmtetoediening, afwisselend reinigende en voedende vasti's (spoeling dikke darm), stressreductie, vatabalancerende kruiden (vooral adaptogenen)
2. het reduceren van PITTA
met dieet- en levensstijlmaatregelen, snehana, virechana (purgatie = reiniging dunne en dikke darm), pittareducerende kruiden
3. het verwijderen van AMA uit de SROTAMSI
vooral door het verhogen van AGNI (staat voor het 'spijsverterings-' of 'metabolische' vuur) wat de srota's 'openbrandt' waardoor AMA (endogeen junkmateriaal) makkelijker wordt afgevoerd en essentiële voedingsmetabolieten de cellen opnieuw kunnen bereiken ; verder met amaverwijderende en agniverhogende fytotherapeutica en dieet- en levensstijlmaatregelen.
Volledige panchakarma-therapie* is aangewezen (pancha = vijf, karma = handeling) :”de 5 handelingen”.
Naderhand opvolging a.h.v. specifieke rasayana's (westers equivalent : anti-agingtherapie)

*wordt in India uitgevoerd tijdens langere hospitaalopname ; voor ernstig zieke ME- en AIDS-patiënten moeilijker uitvoerbaar in westerse niet-residentiële setting

6 sep 2008

Flavonoids : changing views on nutritional benefits

Flavonoids in fruits and vegetables are phytochemicals that were commonly thought of by most nutritionists as strong antioxidants, hence their beneficial effects on human health, at least, that's what we were led to believe. According to research performed at the Linus Pauling Institute, this could be far beside the truth. Flavonoids certainly are healthy, but probably for other reasons than as 'rust removers'. I've always felt that the whole 'free radical damage/antioxidant therapy' story was, first, a little too simplistic, and second, 'gefundenes Fressen' for eager nutraceuticals marketing machines. What follows makes more sense for me....

As it looks, flavonoids are indeed strong antioxidants in the test tube, but, once ingested as part of the diet, are highly metabolized in humans, and in this process lose most of their antioxidant activity. But they do show a strong influence on cell signalling and gene expression, with relevance to both cancer and heart disease. By following the activity of flavonoids in the human body, scientists discovered that what really happens is that the body wants to get rid of these 'foreign compounds', and this process induces phase II detox enzymes that help in eliminating mutagens and carcinogens. Flavonoids also increase production of nitric oxide synthase, resulting in more 'relaxed' and less inflamed blood vessels, and lower blood pressure. Both these protective mechanisms could explain the results of many studies showing that adequate intake of fruits and vegetables, but also intake of flavonoid-containing coffee, wine, tea, chocolate, etc... does indeed offer protection against cancer, heart disease and other degenerative conditions.

5 jun 2008

Moderate alcohol consumption cuts the risk of developing rheumatoid arthritis by 50%.


Today BBC News reports on 2 studies (of the Swedish Karolinska Institutet) published in Annals of the Rheumatic Diseases, showing that moderate alcohol drinkers have a 50 % lower risk of developing RA than non-drinkers. Smoking on the other hand, these studies report, is to be considered a very high risk factor, reinforcing findings from earlier studies.

Heavy drinking is of course deleterious for health, but moderate drinking may have some health benefits. There is also evidence for moderate drinkers having a reduced risk for other inflammatory processes, like cardiovascular disease.

Researcher Henrik Kallberg added

'the reason for this reduced risk is still unclear'
.....Hmm, I can immediately think of at least 2 reasons:

1. From a nutritional biochemistry viewpoint : Ethanol influences the activities of desaturase enzymes. These are key enzymes in the fatty acid metabolism. Some studies (see an example) indicate that alcohol stimulates their activity. Even through a broad range of alcohol concentrations. More specifically, well-active desaturase enzymes help in converting more substantial amounts of essential fatty acids linoleic acid (omega-6) and alphalinolenic acid (omega-3) in several steps into 'good' prostaglandins and thereby avoid excessive 'overflow' of fatty acid metabolites into the inflammatory arachidonic pathway.... However, very high alcohol intake over a longer period of time has shown to have the opposite effect.

2. From an ayurvedic viewpoint : Alcohol opens blocked srota's, the micro- and macrochannels throughout the body, resulting in better removal of all kinds of junkmaterial from the body (metabolic waste, toxins, free radicals, etc...) and more optimal metabolism, at least temporarily... Excess alcohol is considered a cellular poison.

8 mei 2008

"Onbewoonbaar verklaard" vanaf vandaag beschikbaar

Het nieuwe boek van ME/fibro-patiënte Yoke Boon, "Onbewoonbaar verklaard, CVS en fibromyalgie ongecensureerd" kan je vanaf vandaag bestellen via de site van Wwaow (World wide association of Writers). Voor de zachte prijs van 14,82 € is het boek van jou. Verzendkosten België 3,70 €, Nederland 4,78 €. Dit is de bestelpagina.

Kort:
“Toch wil ik weer schrijven, voor mezelf, voor
anderen…
Het is sterker dan mezelf. In tegenstelling tot het
gepolijste, gecensureerde en zalvende van (...)
is dit dagboek zoals het is: hard, de
naakte waarheid, zonder franjes.
Ik besef dat ik mijn nek uitsteek en dat ik reacties
zal uitlokken. Maar dit is nu eenmaal de situatie en
ik neem geen blad voor de mond.
Dit is waarschijnlijk mijn laatste boek en ik wil het
allemaal gezegd hebben.
Het leven zoals het is: leven met zware CVS en
fibromyalgie.”

7 mei 2008

Voorpublicatie van Yoke Boon's nieuwe boek

Yoke Boon, vroeger auteur van 'De strandstoel in mijn keuken' (supertitel trouwens, als je weet waarover ME/CVS gaat) schreef een nieuw boek : 'Onbewoonbaar verklaard'. Alle info op www.yokeboon.be.
Voorpublicatie beschikbaar via de site.
Ik ben alvast gebiologeerd door wat ik in die voorpublicatie las, en ik hoop dat Yoke echt die rauwe ellende kan beschrijven, dat 'afgesloten zijn' van echt leven, de in-diepe miserie die zwaar getroffen ME-patiiënten overkomt,..... Ik kijk ernaar uit om het boek te lezen, en bericht zeker als het verschenen is....

30 mrt 2008

Probiotica en cytokines


Via Frank Twisk's site kwam ik op het spoor van Fins onderzoek naar de invloed van probiotica op de cytokine*-productie, nog relatief onontgonnen terrein in probiotica-research. Interessant, dacht ik, want binnen Sampraxis krijg ik, vooral van mensen met ME (een 'cytokine disease'), af en toe negatieve ervaringen te horen over hun experimenten met probioticasupplementen, variërend van 'geen effect' tot 'ik word er zieker van'. Voor anderen werken ze dan weer wel.
In het onderzoek – mede opgezet door Valio, o.a.bekend om hun LGG, een L. rhamnosus-stam - werden 11 bacteriestammen getest . Alle 11 apart induceerden ze wel degelijk de productie van welbepaalde cytokines, maar in combinatie verloren ze dat effect. Nu, als dit ook 'in vivo' klopt - de meeste voedingssupplementen zijn een combinatie van meerdere stammen – kan je je dus terecht afvragen hoe effectief ze zijn. Anderzijds, bij supplementen en functional foods met slechts één stam kan je je afvragen of je de delicate cytokinebalans in je lichaam niet naar de verkeerde kant doet overhellen.
Dit onderzoek gaat in de richting van wat ik al langer denk : probiotica zijn absoluut een goede zaak voor het immuunsysteem van relatief 'gezonde' mensen, maar mensen met immuunproblemen (ME, HIV/AIDS, auto-immuunaandoeningen allerhande, ernstige allergieën) leggen toch best de nodige voorzichtigheid aan de dag.
Goede, objectieve consumenteninformatie over probiotica vind je op Food-Info.net, een initiatief van Wageningen University. Nog wat extra informatie over het onderzoek en de rol van cytokines in de immunitaire Th1/Th2-balans vind je hier.

* cytokines : chemische boodschapperstofjes die vooral immuunresponsen bepalen

29 mrt 2008

Weeral raak! Omega-3's en RA (reumatoïde arthritis)

't Is één van mijn stokpaardjes : correctie van het vetzuurmetabolisme bij chronische aandoeningen waarbij ontstekingsprocessen en pijn een rol spelen. (Dat geldt ook voor ME en fibromyalgie). Ik volg met arendsogen nieuw onderzoek over dit onderwerp dat beschikbaar komt. 5 dagen geleden publiceerde Rheumatology opnieuw een interessante studie (volledige tekst downloaden als pdf - 114k) waarin werd onderzocht of RA-patiënten hun inname van NSAID's (ibuprofen, diclofenac, e.a.) konden verminderen door extra inname van levertraancapsules. Dit is belangrijk onderzoek, want men weet dat langdurig gebruik van NSAID's (een meerderheid van de reumapatiënten slikt er behoorlijk wat van) flink wat schade kan aanrichten in het maag/darm- en hart/bloedvatenstelsel. Levertraan is, naast z'n behoorlijke gehaltes aan vitamine A en D, fosfor, jodium, ..., vooral een heel rijke bron van omega-3-vetzuren (EPA, DHA).
Resultaten : ja hoor, na 9 maand op een dagelijkse dosis van 10 g levertraan (ongeveer 2.2 g EPA/DHA) hadden bijna 40 % van de RA-patiënten hun NSAID-gebruik met meer dan 30% kunnen terugschroeven zonder dat hun ziekte verergerde. Bemoedigend.

B. Galarraga, M. Ho, H. M. Youssef, A. Hill, H. McMahon, C. Hall, S. Ogston, G. Nuki, and J. J. F. Belch - Cod liver oil (n-3 fatty acids) as an non-steroidal anti-inflammatory drug sparing agent in rheumatoid arthritis - Rheumatology, March 24, 2008; (2008) ken024v1.

Noot : In tegenstelling tot de viessmakende levertraan die vorige generaties kinderen met hele lepels moesten naar binnen wurgen, kan je nu bij je apotheek of reformwinkel of webwinkel terecht voor omega-3-supplementen op basis van visolie of levertraan in softgels (gelatinecapsules). Heel veel goeie merken verkrijgbaar. Makkelijk in te nemen. Wel aan de prijzige kant.
Als je 't op eigen houtje gaat slikken : hou je strikt aan de maximumdosering op de verpakking. Zeker je arts inlichten als je bloedverdunnende medicijnen inneemt!