6 jan. 2010

Boswellia Serrata : Wierookhars als geneesmiddel door de eeuwen heen

Het is vandaag Driekoningen. Eén van de kostbare geschenken die de 3 Wijzen uit het Oosten - Caspar, Balthazar en Melchior, zoals ze later werden genoemd - aan het Kindeke Jezus overhandigden was wierook. Zie hierover ook mijn vorige post over het moderne geneeskundige gebruik van wierook, mirre en goud.
Over Boswellia serrata of Indiase wierook schreef ik een 3-tal jaar geleden een stukje, als onderdeel van een examen als ayurvedist:



(Linda Vansteenwinckel, juni 2006)
Botanische naam : Boswellia serrata
Plantenfamilie : Burseraceae
Nederlandse naam : Indische wierookboom (Engels : Indian Frankincense)
Gebruikt plantendeel : gomhars (wordt ook 'Olibanum' genoemd, het belangrijkste bestanddeel van wierook)
Sanskrit/Hindi : Sallaki, gomhars = Salai Guggul of Salai Guggal
Belangrijkste werking : anti-inflammatoir, analgetisch, anti-bronchoconstrictie
Belangrijkste actief bestanddeel : boswellinezuren (boswellic acids)
Typische toedieningsvorm : capsules of tabletten met gestandaardiseerd droogextract met 35 à 70% boswellinezuren
Typische dosering : 250 à 750 mg van een 70%-extract dagelijks

Herkomst
Indische wierook wordt geleverd door Boswellia Serrata, een kleine boom of struik die vooral gedijt op dorre gronden met een specifiek mineralengehalte in het noordoosten van India. De in het westen best bekende wierooksoorten zijn afkomstig van andere Boswellia-soorten zoals Boswellia sacra en Boswellia carterii, dit zijn de zeer aromatische Afrikaanse en Arabische wierooksoorten. Naast het branden van wierook voor geestverheffende doeleinden in vele culturen ter wereld wordt wierookharsextract in oost en west ook medicinaal toegepast.

Oogst en bereiding
Bij de bereiding van een Boswellia droogextract vertrekt men niet van de verse plantendelen maar wel van het gomachtige exsudaat uit inkervingen in de ontschorste stam. Dit wordt aan de zon of kunstmatig gedroogd tot een hars. Deze stof is wat men 'olibanum' heet, het hoofdbestanddeel van wierook. Heden ten dage bereidt men voor medicinale toepassingen vanuit deze grondstof een droogextract in poedervorm, dat wordt gestandaardiseerd op een welbepaald gehalte aan actieve bestanddelen.

Bekend gebruik in de vroege oudheid
De vroegste vermelding van het medicinale gebruik van wierookhars vindt men terug in de Ebers-papyrus uit het oude Egypte van de 17de eeuw voor Christus. In dit praktische handboek voor artsen staat een recept van gestampte wierook met honing, dat, als je het kauwt, voor een frisse adem zorgt. Egyptische vrouwen gebruiken dit recept tot op de dag van vandaag. In het vroege Perzië zetten artsen wierookbereidingen in tegen zomersproeten, pokkenlittekens en hondsdolheid. De oude Arabische artsen kenden meer dan 80 medicinale bereidingen met wierook, o.a. tegen wondroos. Wierookdampinhalatie hielp bij rhinitis, of ze schreven wierookbast en -hars voor als antibraakmiddel of als bloedstelpend middel. In het oude China werden met wierookbereidingen ook huidaandoeningen behandeld, waaronder melaatsheid.

Wierook bij Hippocrates
De gezaghebbende artsen Hippocrates, Celsus, Galenus en Dioscorides uit de Grieks-Romeinse periode pasten wierookhars en -bast toe in allerlei varianten : als zalf zetten ze het in tegen brandwonden en vorstletsels, en bij psoriasis en wratten, als poeder desinfecteerden ze er wonden mee en stelpten ze bloed. Wierookspoelingen werden ingezet bij constipatie, dampinhalatie werd aangeraden bij bronchitis, wierookwater om te gorgelen bij amandelontsteking, en omslagen met wierook bij pijnen. Inwendig gebruik werd beschouwd als wormafdrijvend en stopte diarree.

Wierook in de Ayurvedische teksten
In de Charaka Samhita worden het hars en de bast van de wierookboom ternauwernood vermeld. Het is pas in de veel latere maar belangrijke Bhava Prakash(14de E), dat men concretere verwijzigingen vindt naar het medicinaal gebruik van Boswellia : zie de twee sutra's hieronder. In de Dhanvantari Nighantu, een medisch lexicon met uitgebreider beschrijvingen van stoffen en hun werkingen, vinden we alle heden ten dage bekende gezondheidseffecten van wierookhars terug, en nog enkele meer. Wierookhars is volgens de Dhanvantari Nighantu nuttig bij volgende ziektebeelden : zweren, tumoren, jicht, borstcystes, diarree, aambeien, asthma, bronchitis, chronische laryngitis, geelzucht syphilis en huidaandoeningen, baarmoederontstekingen, dysenterie, teelbalontstekingen, hoest, stomatitis en arthritis.

Uittreksel uit de Bhava Prakasha Nighantu (14de eeuw)<

Sutra 22
“Sallaki is voeding voor olifanten en afkomstig van het rijkelijk vloeiende, geurige voedingssap van de wierookboom. Deze lost (produceert) zijn hars, rijkelijk stromend, een (genees)krachtig sap.”

Sutra 23
“Sallaki is wrang en koelend, en geneest slijmerige ontstekingsdiarree (in bredere zin ook andere ontstekingsziekten van de slijmhuid, zoals bronchitis, arthritis of witte vloed, die met een overmaat aan pitta (ontsteking) en shlesma (slijm, oedeem) te maken hebben).
Het geneest bloedingen (ook ontstekingsbeelden in het bloed) en wonden, is opwekkend, brengt naar buiten en naar boven (bevordert het ophoesten), sterkt de stem en is opbouwend voor lichaam en geest.”

Wierook in het Cruydtboek van Dodoens uit de 17de-eeuwse Nederlanden
Onder het hoofdstuk 'Beschrijvinghe van de Droghen - Indiaensche ende andere Vremde Cruyden” vertelt Dodoens ons ook een en ander over de 'Wieroock-boom, ende Wieroock'.
Wierook zelf (Olibanum) wordt zo beschreven : 'Wieroock, segt Galenus, verwarmt tot in den tweeden graed/ende drooght in den eersten, ende is een weinig samentreckende: maer den witten en heeft soo merckelijke samentreckinghe niet.' Verderop wordt wierookschors beschreven als 'merckelijck samentreckende' (= adstringens, wrang), 'daarom drooght hij seer', 'tot in den tweeden graed' (= tamelijk sterk drogend), 'luttel scherpigheydt' (bijna geen scherpte), en omwille van die eigenschappen wordt hij gebruikt tegen ' 't bloet spouwen', 'weeckheydt van de mage/buyckloop', enz...

Gelijklopende indicaties door de eeuwen heen
Uit dit overzicht van oude medische geschriften blijkt duidelijk dat, ondanks de enorme geografische en tijdsverschillen, Boswellia steeds werd ingezet voor gelijkaardige indicaties: bloedstelping, catarrhe, bronchitis, maag-darmstoornissen met ontstekingsbeeld, infectieziekten, verwondingen en 'jicht' (de ouden bedoelden met deze term waarschijnlijk allerlei reumatische aandoeningen en ontstekingen,...). Zeer opvallend is ook het historische (in- en uitwendige) gebruik bij velerlei goed- en kwaadaardige tumoren.

De herontdekking van Boswellia als geneeskrachtige plant
Aan het begin van de 20ste eeuw verdween wierook tijdelijk als geneesmiddel uit de kruidenboeken. De heropleving van Ayurveda zorgde voor een herontdekking van de weldaden van Boswellia Serrata, niet in het minst in het westen. Sinds een 15-tal jaar wordt Boswellia Serrata extract dan ook intensief onderzocht : de bevindingen van deze moderne research bevestigen grotendeels de werkzaamheid van Boswellia Serrata tegen verschillende ontstekingspathologieën.

Fytochemie en biologische activiteit vanuit westers perspectief*
Enkele van de biochemische werkingsmechanismen zijn intussen goed bekend. Het belangrijkste actieve bestanddeel in het droogextract van wierookhars zijn de boswellinezuren (boswellic acids). Hun anti-inflammatoire werking wordt toegeschreven aan de inhiberende functie die ze uitoefenen op het 5-lipoxygenase, een sleutelenzym in de omzettingspathway vanuit arachidonzuur naar de ontstekingsbevorderende leukotriënen, zonder dat ze daarbij andere enzymatische omzettingen beïnvloeden. Boswellic acids blokkeren dus de biosynthese van leukotriënen. Vooral bij reumatische ontstekingen, bij colitis ulcerosa en bij de ziekte van Crohn is er sprake van een overmatige biosynthese van leukotriënen, en de effectiviteit van Boswellia Serrata voor deze specifieke indicaties is dan ook het best onderbouwd in humane klinische studies.
Ook bij de vorming van sommige hersentumoren (astrocytoom en glioblastoom) is er sprake van een ontsporing van de leukotriënenproductie. Hier vermindert Boswellia Serrata in sterke mate het aanwezige hersenoedeem, en in enkele gevallen was er zelfs een tumornecrotiserend effect. Een mogelijke bijkomende biochemische verklaring voor het laatste zouden het topoisomerase I en II zijn die ook door boswelliazuren geremd worden. Deze enzymen spelen een belangrijke rol bij mutageniciteit.
Boswellia serrata bevat ook quercetine, een bioflavonoide dat een via een meer algemene anti-oxidatieve werking ook ontsteking vermindert.
Ook een aantal andere ziektebeelden zoals psoriasis, multiple sclerose, allergische aandoeningen en de ziekte van Alzheimer, reageren in individuele gevallen op een behandeling met boswellia-extract, maar hiervoor zijn nog geen betrouwbare klinische studies voorhanden.
Ook in de diergeneeskunde wordt Boswellia sinds enkele jaren met succes ingezet, bvb. bij renpaarden met gewrichtsontstekingen.
Boswellia zou ook het human leukocyte elastase (HLE) blokkeren dat een rol speelt bij de pathogenese van emfyseem. HLE stimuleert ook mucusvorming, en dat opent misschien extra mogelijkheden voor behandeling van mucoviscidose, chronische bronchitis en asthmatische aandoeningen.

In tegenstelling tot de veel gebruikte NSAID's vertoont Boswellia serrata bij de aangeduide dosering geen bijwerkingen op gastro-intestinaal niveau.

*uitgebreide referenties ter beschikking : humane klinische studies, dierenstudies, farmacodynamiek, analytische chemie, farmacokinetiek, genetica en moleculaire biologie,...

Eigenschappen en werking vanuit ayurvedisch perspectief.
In de ayurvedische literatuur wordt boswelliahars beschreven als adstringent, stimulerend, koortswerend, antiseptisch, pijnstillend en bloedzuiverend. Toepassingsgebieden zijn vooral reumatische aandoeningen en chronische long- en darmziekten.
De overheersende smaak is wrang, maar het bevat, zoals de andere gugguls, zeker ook delen bitter, scherp en zoet. De virya is hoofdzakelijk koelend, en de vipaka vooral scherp.
Bij boswelliaharsextracten is het echter de prabhava die de hoofdrol speelt : de ontstekingsremmende werking door de blokkering van het 5-lipoxygenase. De prabhava onderwerpt hier rasa, virya en vipaka.
In die zin kan salai guggul worden ingezet bij vata-, pitta- en kapha-aandoeningen. Bij amavata werkt salai anti-reumatisch, ontstekingen van het pitta-type worden getemperd, en bij kapha wordt bronchoconstrictie getemperd en overmatige slijmvorming gedroogd.
Salai kan worden ingezet bij zowel acute als chronische ontstekingen en wordt zeer goed verdragen.
Aangezien er geen bijwerkingen zijn, kan het, in tegenstelling tot klassieke ontstekingsremmers, gedurende langere tijd worden gebruikt. Enkel in heel zeldzame gevallen worden brandend maagzuur en warmtesensaties in handen en voeten vastgesteld. Tijdens zwangerschap is voorzichtigheid geboden.

Enkele hedendaagse formuleringen
Ayurvedisch :
in combinatie met Trifalapoeder
in combinatie met curcumin (curcuminoide uit geelwortel)
Gemengd :
in combinatie met glucosamine en chondroitine (kraakbeenbescherming)
in combinatie met Zingiber Officinale, Spiraea, Ribes Nigrum, Origanum vulgare, Viola tricolor en MSM-methylsulfonylmethaan (algemene antioxidantformule tegen vrije radicalenschade)
uitwendig : in zalf voor topische toepassing bij arthritis

Goud, mirre en wierook in de geneeskunde – Modern medisch gebruik van de Driekoningengeschenken


Deze tekst is een vertaling van een (origineel engelstalig) artikel van de Finse medisch journaliste Maija Haavisto, met wie ik kennismaakte op Twitter (volg DiamonDie). Maija Haavisto is tevens de auteur van het bij ME-patiënten welbekende boek “Reviving the Broken Marionette, Treatments for CFS/ME and Fibromyalgia”

Het bijbelverhaal gaat dat de Drie Koningen of Wijzen uit het Oosten aan het kindje Jezus goud, mirre en wierook als geschenk gaven. Deze 3 stoffen zijn nog steeds van betekenis in de geneeskunde.

De meeste westerse kristelijke kerken vieren op 6 januari de Epifanie of het bezoek van de Drie Wijzen uit het Oosten of de Drie Koningen. Volgens het Nieuwe Testament schonken zij aan Jezus goud, mirre en wierook. Er bestaan meerdere theorieën over de juiste betekenis van deze dure en waardevolle geschenken. Hoe het ook zij, zowel goud, mirre als wierook hebben een medische betekenis. En 2 eeuwen na de Epifanie worden nog steeds nieuwe medische toepassingen ontwikkeld. In het bijzonder worden zij ingezet bij de behandeling van reumatische en autoimmuunaandoeningen.

Goud
Goud-zouten (zoals auranofin, aurothioglucose, en verschillende natriumzouten van goud – niet allemaal echte zouten) zijn vooral bekend voor het gebruik bij rheumatoïde arthritis. Soms worden zij ook ingezet bij de behandeling van andere autoimmuunziekten zoals psoriatische arthritis, systemische lupus erythematosus (lupus, SLE), en IBD (ontstekingsaandoeningen van het spijsverteringskanaal zoals de ziekte van Crohn en ulceratieve colitis).
De juiste werking van goud bij deze aandoeningen begrijpt men niet helemaal, maar heeft wellicht te maken met het temperen van het immuunsysteem en de ontstekingsrespons, zoals dat ook het geval is voor andere medicijnen voor de behandeling van autoimmuunziekten.
Auranofin zou ook enkele antikankereigenschappen hebben. Er zijn studies die aantonen dat de stof apoptose (de geprogrammeerde celdood) induceert in verschillende soorten kankercellen, o.a. bij baarmoederkanker en leukemie.

Mirre
Mirre is een hars dat wordt verkregen door het indrogen van het sap van bomen van de Commiphora-genus, vooral Commiphora myrrha. Historisch werd de stof gebruikt als wierook, in parfums, in zalfoliën en bij het balsemen. Studies wijzen uit dat mirre ontstekingsremmende, (lokaal) pijnstillende, en spierontspannende activiteit vertoont.
Van oudsher wist men dat mirre een sterk antisepticum is. Het werkt zowel antibacteriëel als antischimmel. Recent kreeg mirre ook heel wat aandacht als een mogelijke behandeling bij schistosomiasis (bilharzia), een parasitaire infectie die miljoenen mensen treft, maar uiteindelijk bleek de effectiviteit laag te zijn.
In Arabische landen wordt mirre gebruikt ter behandeling van diabetes, hoewel dit niet met klinische studies kon onderbouwd worden. Toch is het mogelijk dat mirre de glucosetolerantie verbetert. Een recente studie bij ratten wees op cholesterolverlaging, maar studies op mensen werden niet uitgevoerd.
Mirre wordt ook gebruikt in volksgeneeskundige tradities zoals de Chinese geneeskunde en in Ayurveda. Regelmatig wordt het gebruikt tesamen met wierook.

Wierook
Wierook stond in hoog aanzien in de bijbelse tijden. De meeste wierook wordt gemaakt van de harsen van bomen uit de Boswellia-genus, en wordt ook 'olibanum' genoemd. De damp van brandende wierook verjaagt muggen, wat heel nuttig zou kunnen zijn bij de preventie van ziekten die door muggen worden overgebracht, zoals malaria. Maar er zijn ook bereidingen voor orale toepassing. Vooral Indiase wierook of Boswellia serrata staat volop in de belangstelling, nadat de effectiviteit kon worden aangetoond bij de behandeling van verschillende chronische aandoeningen, van de ziekte van Crohn tot osteoarthritis. Boswellia heeft anti-inflammatoire, antibacteriële, antidepressieve en anxiolytische (angstremmende) eigenschappen. Het zou zelfs helpen de huid te verjongen.


References
Marzano C, Gandin V, Folda A, et al. Inhibition of thioredoxin reductase by auranofin induces apoptosis in cisplatin-resistant human ovarian cancer cells. Free Radic Biol Med. 2007 Mar 15;42(6):872-81.

Kim IS, Jin JY, Lee IH, et al. Auranofin induces apoptosis and when combined with retinoic acid enhances differentiation of acute promyelocytic leukaemia cells in vitro. Br J Pharmacol. 2004 Jun;142(4):749-55.

Amoudi et al. Hypocholesterolemic effect of some plants and their blend as studied on albino rats. International Journal of Food Safety, Nutrition, and Public Health. 2009;2(2):176

Dolara P, Corte B, Ghelardini C, et al. Local anaesthetic, antibacterial and antifungal properties of sesquiterpenes from myrrh. Planta Med. 2000 May;66(4):356-8.

Barakat R, Elmorshedy H, Fenwick A. Efficacy of myrrh in the treatment of human Schistosomiasis mansoni. Am J Trop Med Hyg. 2005 Aug;73(2):365-7.

Moussaieff A, Mechoulam R. Boswellia resin: from religious ceremonies to medical uses; a review of in-vitro, in-vivo and clinical trials. J Pharm Pharmacol. 2009 Oct;61(10):1281-93.


Read more at Suite101: Gold, Myrrh and Frankincense in Medicine: Modern Medical Uses of The Three Wise Men's Epiphany Gifts http://autoimmunedisease.suite101.com/article.cfm/gold_myrrh_and_frankincense_in_medicine#ixzz0bmiYRpLy

18 okt. 2009

Kanttekeningen door Nancy Klimas bij het recent opnieuw belichte verband tussen ME/CVS en retrovirusinfectie (XMRV).

In de blogrubriek “Consults – Experten in de frontlinie van de geneeskunde” van de New York Times van 15.10.2009 werden een aantal vragen van lezers over ME/CVS - meer bepaald over de recent ontdekte link met het retrovirus XMRV - beantwoord door Nancy Klimas. Het artikel bevat genoeg interessante elementen voor een vertaling.

http://consults.blogs.nytimes.com/2009/10/15/readers-ask-a-virus-linked-to-chronic-fatigue-syndrome/



Lezersvragen : Een virus gelinkt aan het chronischevermoeidheidssyndroom.
Denise Grady, wetenschapsjournalist voor The New York Times, onderzocht recent de link tussen een recent ontdekt virus genaamd XMRV en het chronischevermoeidheidssyndroom, in “Is een virus de oorzaak van vermoeidheidssyndroom?”. Op de Consults blog beantwoordden wetenschappers en artsen van de International Association for Chronic Fatigue Syndrome (IACFS), een vereniging van 500 biomedische en gedragsprofessionals, lezersvragen over CVS.
Hieronder beantwoordt Nancy Klimas, actief in het bestuur van de organisatie, vragen over het recent ontdekte retrovirus en de klinische zorg bij CFS. Dr Klimas is directeur van de afdeling immunologie van de University of Miami School of Medicine en directeur research voor het klinisch onderzoek naar AIDS/HIV aan het Miami Veterans Affairs Medical Center. Lees ook Fred Friedberg's antwoorden op gedragsgerelateerde vragen in “Behavioral Treatments for Chronic Fatigue Syndrome”.

Is het chronischevermoeidheidssyndroom besmettelijk?
Vraag: Ik heb 25 jaar CFIDS. Als het een virus is, is het besmettelijk? Hoe wordt het overgedragen? Ik ben nu bezorgd dat ik anderen zou besmetten. Dank je. (Nona)
Antwoord van dr. Klimas: Over het algemeen worden retrovirussen niet verspreid via de lucht of druppeltjes, maar worden ze overgedragen via seksueel contact, verticaal (van moeder op foetus) of door bloedtransfusie. Uit wat we leerden over andere retrovirussen is het duidelijk dat de hoeveelheid virus van belang is, en dat mensen met lage hoeveelheden circulerende virussen niet zo besmettelijk zijn als mensen met hoge niveau's van het virus in het bloed. Van XMRV, het retrovirus dat recent werd gevonden bij veel patiënten met CVS, hebben we niet genoeg informatie om te beoordelen hoe besmettelijk het kan zijn.
Altijd als de mogelijkheid van seksuele overdracht wordt geopperd, worden mensen ongerust dat zij op een of andere manier verantwoordelijk zijn voor het infecteren van hun seksuele partners. Dit is een mogelijkheid, maar het is belangrijk te onthouden dat vele infecties afkomstig zijn van over-over-grootouders en generaties lang blijven bestaan als latente infecties, of als infecties afkomstig van vroege seksuele contacten met om het even welke partner in een reeks van partners. We weten dat het niet zo vaak voorkomt dat beide partners CVS ontwikkelen. En hoewel moeder-op-kind overdracht van CVS kan gebeuren, komt het toch weinig voor.
Het is duidelijk dat een aantal factoren het risico op CVS verhogen: de genetische opmaak, de immuunfunctie, de ernst van de oorspronkelijke infectie, om er maar een paar te noemen. Gewoon worden blootgesteld aan, of zelfs besmet te worden met, een virus, betekent niet dat de persoon ziek wordt. We weten zelfs niet of besmetting met XMRV werkelijk ziekte veroorzaakt, of dat het één van die verschillende gereactiveerde virussen is (zoals HHV-6, EBV en enterovirus) die in verband worden gebracht met CVS.
Het is belangrijk deze nieuwe bevindingen over het XMRV-virus niet meer belang toe te kennen dan als een opwindende nieuwe ontwikkeling. We hebben bevestigende studies nodig, en daarna studies om te kijken of het virus bijdraagt tot de oorzaak van het ziek blijven en de symptomen. Het goede nieuws is dat, als XMRV gelinkt is met CVS, er al vele antivirale medicijnen bestaan, al getest op veiligheid bij HIV, die virale replicatie kunnen tegengaan. Dit soort studies kan snel worden opgezet.

Bestaat er een bloedtest voor het 'CVS-virus'?
Vraag: Bestaat er een specifieke test, een bloedtest of een andere, om uit te maken of een persoon geïnfecteerd is met het XMRV-virus? (Beau Brincefield)
Antwoord van dr Klimas: De test voor XMRV waarover werd bericht wordt momenteel enkel gebruikt in een onderzoeksomgeving. Een uitspraak van de researchdirecteur bij het Whittemore-Peterson-instituut, die betrokken was bij de recente ontdekkingen, werd aangehaald: zij zouden een commerciële test aan het ontwikkelen zijn die beschikbaar zou zij 'binnen enkele weken'. Verschillende andere commerciële laboratoria zijn ook tests aan het ontwikkelen.
Enkele belangrijke punten. Ten eerste : antilichamentests vertellen of je werd blootgesteld aan een virus, en niet of je momenteel een actieve infectie hebt. Ten tweede, de techniek die bekend is als PCR-bepaling meet iets wat 'virale belasting' wordt genoemd ; de test is bedoeld om na te gaan of er actief replicerend virus aanwezig is, dan wel latent (inactief) virus. Dit kan allebei nuttig zijn bij dit nieuwe virus, maar we hebben er enkel toegang toe in een onderzoeksomgeving.
Een andere manier om uit te vinden of je geïnfecteerd bent is via een viruskweek. De recente studie gepubliceerd in Science maakte gebruik van zowel viruskweken als PCR-bepalingen.

Lichaamsoefeningen en CVS
Vraag: Ik was een zeer actief iemand en hield van sporten. Toen kreeg ik één of andere infectie. Uiteindelijk, na bezoek aan verschillende artsen en gezondheidsprofessionals, kreeg ik de diagnose CVS. Intussen heb ik het wat makkelijker om ermee om te gaan. Ik probeer rustperiodes in te bouwen gedurende de dag. Ik zou graag opnieuw sporten, maar ik voel er mij achteraf zo ziek van en mijn spieren doen dan zo'n pijn. Heeft u enig advies? Moet ik doorduwen en opnieuw proberen sporten? Ik vind het zo al moeilijk genoeg om bij te blijven op school en het normale lopen dat je al dagelijks moet doen... Ik wil niet wegblijven van school. (Pat)
Antwoord van dr Klimas: De meeste CVS-patiënten hebben er baat bij om hun lichaamsoefeningen in korte stukjes op te delen, dan een korte rustperiode in te bouwen, en dan opnieuw te proberen. Het is zeker zo dat 'doorduwen' je kan doen 'crashen' en een herval kan dagen of zelfs weken duren. Aan mijn patiënten raad ik de 5-minuten-regel aan: vijf minuten oefenen, dan vijf minuten platliggen, dan opnieuw 5 minuten oefenen, en zo op de duur telkens met een extra 5 minuten opbouwen.
Als je al wat meer oefening aankan dan dit, probeer dat dan, daarna bouw je pauze in, en probeer dan opnieuw. Het is ook zo dat CVS-patiënten wel beter soepelheids- en weerstandsoefeningen (stretching, trainen met gewichten) verdragen. Omdat CVS-patiënten meer vatbaar zijn voor bloeddrukschommelingen tijdens het trainen, verdragen zij aërobe oefeningen het best in liggende houding – zwemmen, fietsen op een ligfiets,...dat soort dingen.

Kan ik mij als vrijwilliger opgeven voor een studie?
Vraag: Ik verwijs graag naar posting 25, en zou willen weten wanneer en hoe men zich als vrijwilliger kan opgeven voor een geneesmiddelenonderzoek? Dank voor uw hulp. (Sally)
Antwoord dr Klimas: Er zijn geneesmiddelen- en andere studies lopende overal in de Verenigde Staten en wereldwijd die deze aandoening en mogelijke behandelingen onderzoeken. Onderzoekers aan het Whittemore Peterson-instituut en elders plannen momenteel antivirale studies gebaseerd op de recente onderzoeksontwikkelingen. Ik zou vooral deze 3 websites bekijken — International Association for CFS/ME, CFIDS Association of America, en Whittemore Peterson Institute for Neuro-Immune Disease - voor verdere ontwikkelingen.
Werd er jaren geleden een CVS-virus ontdekt?
Vraag: In de vroege jaren '90 ontdekte dr Elaine DeFreitas aan het Wistar Institute in Philadelphia een nieuw menselijk retrovirus (nauw verwant aan HTLV-2, met eigenschappen die deden denken aan het Spuma-virus) in CFIDS-patiënten. Dit werd daarna bevestigd door 2 andere prominente onderzoekers (en een commerciëel laboratorium). Dr DeFreitas was bijna rond met het in kaart brengen van het genoom en publiceerde een goed uitgewerkte bijdrage in een toptijdschrift. Toen beschadigden de CDC en NIH haar reputatie omdat haar opvattingen niet strookten met hun stellige beweringen dat CFIDS psychoneurose was. Niemand anders volgde dit op uit angst dat hun carriere eveneens zou worden verwoest. Dit werd gedetailleerd uiteengezet in het opzienbarende boek 'Osler's Web'. Gaat het hier om hetzelfde virus als het 'nieuwe' XMRV? (Justin Reilly)
Antwoord dr Klimas: Dr DeFreitas heeft opzienbarend werk verricht en zou moeten gefeliciteerd worden voor haar vroege resultaten die wezen in de richting van retrovirusinfectie bij CVS. Sindsdien ging de technologie met rasse schreden vooruit, wat onderzoekers nieuwe mogelijkheden geeft om te zoeken naar virussen die nog moesten worden geïdentificeerd in 1990-92, incl. het XMRV-virus.
Er werden ook nieuwe antivirale medicijnen ontwikkeld die effectief zouden kunnen zijn om dit type infectie in bedwang te houden. We begrijpen nu ook veel meer over de toxiciteit en het veilig gebruik van deze medicijnen.
Ik feliciteer het Whittemore Peterson Institute voor hun uitstekende werk. Ik ben ook verheugd voor Elaine vandaag. Ik zou ook aan de patiënten willen vragen nog iets meer geduld te hebben zodat onderzoekers het soort klinische studies kunnen opstellen en uitvoeren die kunnen uitwijzen of dit virus een spilfunctie heeft bij langdurige ziekte.

Verbanden tussen HIV en XMRV?
Vraag: ik vond de vergelijking met HIV (en dit enkel en alleen omdat het ook om een retrovirus gaat) onnodig alarmerend, en erger, het soort sensatiezoeken dat eerder thuishoort in de tabloids. Voor zoverre ik het begrijp... is het verband tussen beide hoogstens zwak en veralgemenend.
Het maakt mij boos dat de vergelijking met HIV helemaal uit zijn context wordt gehaald ; er zijn meerdere retrovirussen waarvan niet geweten is of ze eigenlijk enige ziekte veroorzaken. Dit virus vergelijken met het meest bekende en gevreesde virus, is simplistisch en ronduit onjuist. We mogen niet vergeten dat retrovirussen er altijd geweest zijn in de geschiedenis van de mensheid, en, terwijl sommige niet ziekmakend zijn, zijn de meeste niet zo extreem als HIV.
Het virus vergelijken met HIV crëert onnodige ongerustheid en lijden voor mensen die al af te rekenen hebben met een moeilijke ziekte. De vergelijking is nutteloos buiten de context, en verschaft de lezer geen nuttige informatie.
Ik vraag dat u nadenkt over de morele gevolgen van uw slordige vergelijking – de horror en angst bij die mensen die misschien denken dat het even ziekmakend is als HIV, en bij diegenen die vrezen misschien anderen te besmetten. (David)
Antwoord dr Klimas: U heeft daar een punt. Dit is één studie, waarvan de resultaten moeten gevalideerd worden, en de volgende studie kijkt naar behandelingsmogelijkheden. En u heeft gelijk, sommige retrovirussen lijken goedaardig, terwijl andere ziekmakend zijn.
Maar ik hoop dat u niet bedoelt dat CVS-patiënten niet even ziek zijn als HIV-patiënten. Mijn HIV-patiënten zijn er meestal goed aan toe na 3 decennia intens en uitstekend onderzoek en miljarden aan investeringen. Veel van mijn CVS-patiënten echter zijn verschrikkelijk ziek en kunnen niet werken of bijdragen tot de zorg voor hun gezin.
Ik verdeel mijn klinisch werk tussen de 2 ziekten, en ik verzeker u dat, als ik kon kiezen tussen de 2 ziekten (in 2009), dat ik dan liever HIV zou hebben. CVS, dat een miljoen mensen treft in de VS alleen, krijgt maar een kleine fractie toebedeeld van de beschikbare researchdollars.
Ondanks deze beperkingen werden er belangrijke inspanningen gedaan om de oorzaak te begrijpen en effectieve behandelingen te ontwikkelen. Het Whittemore-Peterson-instituut zou in de bloemetjes moeten worden gezet voor hun uitstekende werk, dat werd uitgevoerd in een gloednieuw centrum gefinancierd met privédonaties, staatsgelden en medewerking van de NIH. Creatief onderzoek en creatieve financiering!

Is slaap een factor in CFS?
Vraag: Denkt u dat slaap een factor zou kunnen zijn in CFS? Heeft u gehoord over Xyrem dat ingezet wordt om stadium 4, de diepe slaap, te vergemakkelijken? Bijna iedereen met fibromyalgie en/of CVS zegt niet in staat te zijn diep te slapen, een herstellende slaap te hebben. We kijken allemaal uit naar hulp hiervoor nog tijdens dit leven. Zovele jaren gaan verloren aan deze ziekten. (Abot Bensussen)
Antwoord dr Klimas: Er is een klinische studie onderweg naar de effecten van Xyrem, een geneesmiddel dat wordt gebruikt om slaapstoorissen zoals narcolepsie te behandelen, bij fibromyalgie. Het is zeker zo dat herstellende slaap een goede zaak is, en dat de langzame-golvenslaap (stadium 4) heel belangrijk is voor een herstellende slaap. Een slaapspecialist kan helpen met dit deel van de behandeling, maar het is belangrijk een slaapstudie te laten uitvoeren voor je de inname van enig slaapmiddel overweegt.
In een studie uitgevoerd door mijn groep, vonden we dat ongeveer de helft van de CVS-patiënten een bepaalde graad van slaapapnoe ontwikkelen na verloop van tijd, een behandelbare aandoening die kan verergeren door sommige slaapmiddelen.

20 sep. 2009

World health and economy : stats by Hans Rosling

From TED 2006 and 2007


5 sep. 2009

The Philosophical Baby - new book by Alison Gopnik


Interesting read on Edge : "Amazing Babies", an interview with Alison Gopnik on her research into the fantastic learning abilities of babies and young children.
Here are some fragments from this interview :

The biggest question for me is "How is it possible for children, young human beings, to learn as much as they do as quickly and as effectively as they do?" We've known for a long time that human children are the best learning machines in the universe. But it has always been like the mystery of the humming birds. We know thast they fly, but we don't know how they can possibly do it. We could say that babies learn, but we didn't know how. But now there's this really exciting confluence of work in artificial intelligence and machine learning, neuroscience and in developmental psychology, all trying to tackle this question about how children could possibly learn as much as they do.

For example, it turns out that babies and very young children already are doing statistical analyses of data, which is not something that we knew about until the last ten years. This is a really very, very new set of findings. Jenny Saffran, Elissa Newport and Dick Aslin at Rochester started it off when they discovered that infants could detect statistical patterns in nonsense syllables. Now every month there's a new study that shows that babies and young children compute conditional probabilities, that they do Bayesian reasoning, that they can take a random sample and understand the relationship between that sample and the population that it's drawn from. And children don't just detect statistical patterns, they use them to infer the causal structure of the world. They do it in much the same way that, sophisticated computers do. Or for that matter, they do it in the same way that every scientist does who looks at a pattern of statistics and doesn't just say oh that's the data pattern, but can then say oh and that data pattern tells us that the world must be this particular way.

When you actually study children, you certainly do see a lot of innate structure. But you also see this capacity for learning and transforming and changing what you think about the world and for imagining other ways that the world could be. In fact, one really crucial evolutionary fact about us, is that we have this very, very extended childhood. We have a much longer period of immaturity than any other species does. That's a fundamental evolutionary fact about us, and on the surface a puzzling one. Why make babies so helpless for so long? And why do we have to invest so much time and energy, literally, just to keep them alive?
Well, when you look across lots and lots of different species, birds and rodents and all sorts of critters, you see that that a long period of immaturity is correlated with a high degree of flexibility, intelligence and learning. Look at crows and chickens, for example. Crows get on the cover of Science using tools, and chickens end up in the soup pot, right? And crows have a much longer period of immaturity, a much longer period of dependence than chickens.

The way that evolution seems to have solved that problem is to have this kind of cognitive division of labor, so the babies and kids are really the R&D department of the human species. They're the ones that get to do the blue-sky learning, imagining thinking. And the adults are production and marketing. We can not only function effectively but we can continue to function in all these amazing new environments, totally unlike the environment in which we evolved. And we can do so just because we have this protected period when we're children and babies in which we can do all of the learning and imagining. There's really a kind of metamorphosis. It's like the difference between a caterpillar and a butterfly except it's more like the babies are the butterflies that get to flitter around and explore, and we're the caterpillars who are just humping along on our narrow adult path.


'The Philosophical Baby', by Alison Gopnik, on Amazon/The Edge Bookstore

16 aug. 2009

2de MEAB congres : 'ME/CVS, het mysterie ontrafeld'


Op 19 september organiseert ME-patiëntenvereniging MEAB haar 2de congres over ME/CVS : ME/CVS, het mysterie ontrafeld. Ambitieuze titel, maar bon, toch terecht ivm de recente belangwekkende vaststellingen rond het verband tussen overmatige productie van waterstofsulfide in het maagdarmkanaal en ME/CVS. In elk geval sprekers over zeer interessante onderwerpen.
ME en voedingsintoleranties (Christine Tobback, voedingsdeskundige) : Correct omgaan met die voedingsintoleranties is nl. 'key' in elke ME-therapie, al was het maar om de chronische immuunactivatie te verminderen.
Channelopathie (Dr. S. Hagan) : het interessantste item op het programma, vind ik zelf. Trouwens, voedingsintoleranties opsporen en behandelen is bij sommigen de eerste stap om channelopathieën om te keren. Ayurvedisten doen het dan weer anders : zij verwijderen ama (lees: toxische rommel) uit de srotamsi (lees: macro- en microlichaamskanalen). Werkt bij sommigen goed, doet hun mitochondriën weer zuurstof snuiven...
Gastrointestinale dysfunctie, neurotoxines, milieublootstelling (Dr. C. Roelant): enkele hoofdoorzaken van ME. Recent meer belangstelling hiervoor ivm de waterstofsulfideconnectie....
Praktische informatie - Inschrijvingsformulier