Posts tonen met het label therapie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label therapie. Alle posts tonen

6 jan 2010

Goud, mirre en wierook in de geneeskunde – Modern medisch gebruik van de Driekoningengeschenken


Deze tekst is een vertaling van een (origineel engelstalig) artikel van de Finse medisch journaliste Maija Haavisto, met wie ik kennismaakte op Twitter (volg DiamonDie). Maija Haavisto is tevens de auteur van het bij ME-patiënten welbekende boek “Reviving the Broken Marionette, Treatments for CFS/ME and Fibromyalgia”

Het bijbelverhaal gaat dat de Drie Koningen of Wijzen uit het Oosten aan het kindje Jezus goud, mirre en wierook als geschenk gaven. Deze 3 stoffen zijn nog steeds van betekenis in de geneeskunde.

De meeste westerse kristelijke kerken vieren op 6 januari de Epifanie of het bezoek van de Drie Wijzen uit het Oosten of de Drie Koningen. Volgens het Nieuwe Testament schonken zij aan Jezus goud, mirre en wierook. Er bestaan meerdere theorieën over de juiste betekenis van deze dure en waardevolle geschenken. Hoe het ook zij, zowel goud, mirre als wierook hebben een medische betekenis. En 2 eeuwen na de Epifanie worden nog steeds nieuwe medische toepassingen ontwikkeld. In het bijzonder worden zij ingezet bij de behandeling van reumatische en autoimmuunaandoeningen.

Goud
Goud-zouten (zoals auranofin, aurothioglucose, en verschillende natriumzouten van goud – niet allemaal echte zouten) zijn vooral bekend voor het gebruik bij rheumatoïde arthritis. Soms worden zij ook ingezet bij de behandeling van andere autoimmuunziekten zoals psoriatische arthritis, systemische lupus erythematosus (lupus, SLE), en IBD (ontstekingsaandoeningen van het spijsverteringskanaal zoals de ziekte van Crohn en ulceratieve colitis).
De juiste werking van goud bij deze aandoeningen begrijpt men niet helemaal, maar heeft wellicht te maken met het temperen van het immuunsysteem en de ontstekingsrespons, zoals dat ook het geval is voor andere medicijnen voor de behandeling van autoimmuunziekten.
Auranofin zou ook enkele antikankereigenschappen hebben. Er zijn studies die aantonen dat de stof apoptose (de geprogrammeerde celdood) induceert in verschillende soorten kankercellen, o.a. bij baarmoederkanker en leukemie.

Mirre
Mirre is een hars dat wordt verkregen door het indrogen van het sap van bomen van de Commiphora-genus, vooral Commiphora myrrha. Historisch werd de stof gebruikt als wierook, in parfums, in zalfoliën en bij het balsemen. Studies wijzen uit dat mirre ontstekingsremmende, (lokaal) pijnstillende, en spierontspannende activiteit vertoont.
Van oudsher wist men dat mirre een sterk antisepticum is. Het werkt zowel antibacteriëel als antischimmel. Recent kreeg mirre ook heel wat aandacht als een mogelijke behandeling bij schistosomiasis (bilharzia), een parasitaire infectie die miljoenen mensen treft, maar uiteindelijk bleek de effectiviteit laag te zijn.
In Arabische landen wordt mirre gebruikt ter behandeling van diabetes, hoewel dit niet met klinische studies kon onderbouwd worden. Toch is het mogelijk dat mirre de glucosetolerantie verbetert. Een recente studie bij ratten wees op cholesterolverlaging, maar studies op mensen werden niet uitgevoerd.
Mirre wordt ook gebruikt in volksgeneeskundige tradities zoals de Chinese geneeskunde en in Ayurveda. Regelmatig wordt het gebruikt tesamen met wierook.

Wierook
Wierook stond in hoog aanzien in de bijbelse tijden. De meeste wierook wordt gemaakt van de harsen van bomen uit de Boswellia-genus, en wordt ook 'olibanum' genoemd. De damp van brandende wierook verjaagt muggen, wat heel nuttig zou kunnen zijn bij de preventie van ziekten die door muggen worden overgebracht, zoals malaria. Maar er zijn ook bereidingen voor orale toepassing. Vooral Indiase wierook of Boswellia serrata staat volop in de belangstelling, nadat de effectiviteit kon worden aangetoond bij de behandeling van verschillende chronische aandoeningen, van de ziekte van Crohn tot osteoarthritis. Boswellia heeft anti-inflammatoire, antibacteriële, antidepressieve en anxiolytische (angstremmende) eigenschappen. Het zou zelfs helpen de huid te verjongen.


References
Marzano C, Gandin V, Folda A, et al. Inhibition of thioredoxin reductase by auranofin induces apoptosis in cisplatin-resistant human ovarian cancer cells. Free Radic Biol Med. 2007 Mar 15;42(6):872-81.

Kim IS, Jin JY, Lee IH, et al. Auranofin induces apoptosis and when combined with retinoic acid enhances differentiation of acute promyelocytic leukaemia cells in vitro. Br J Pharmacol. 2004 Jun;142(4):749-55.

Amoudi et al. Hypocholesterolemic effect of some plants and their blend as studied on albino rats. International Journal of Food Safety, Nutrition, and Public Health. 2009;2(2):176

Dolara P, Corte B, Ghelardini C, et al. Local anaesthetic, antibacterial and antifungal properties of sesquiterpenes from myrrh. Planta Med. 2000 May;66(4):356-8.

Barakat R, Elmorshedy H, Fenwick A. Efficacy of myrrh in the treatment of human Schistosomiasis mansoni. Am J Trop Med Hyg. 2005 Aug;73(2):365-7.

Moussaieff A, Mechoulam R. Boswellia resin: from religious ceremonies to medical uses; a review of in-vitro, in-vivo and clinical trials. J Pharm Pharmacol. 2009 Oct;61(10):1281-93.


Read more at Suite101: Gold, Myrrh and Frankincense in Medicine: Modern Medical Uses of The Three Wise Men's Epiphany Gifts http://autoimmunedisease.suite101.com/article.cfm/gold_myrrh_and_frankincense_in_medicine#ixzz0bmiYRpLy

7 feb 2009

Kurkumine, goudgele gezondheid

Kurkuma is een specerij gewonnen uit de rhizomen van Curcuma longa, een plant uit de gemberfamilie (Zingiberaceae). Rhizomen zijn horizontaal groeiende ondergrondse stengels waaruit zowel scheuten als wortels groeien. De felgele kleur van kurkuma is vooral afkomstig van de vetoplosbare polyfenolen in de specerij die kurkuminoïden worden genoemd. Kurkumine, de belangrijkste kurkuminoïde in kurkuma, wordt algemeen beschouwd als de meest actieve stof. Andere kurkuminoïden in kurkuma zijn demethoxykurkumine en bisdemethoxykurkumine. Bovenop het gebruik als specerij en als pigment, wordt kurkuma in India al eeuwen toegepast voor medicinale doeleinden. Hedendaagse wetenschappers hebben steeds meer belangstelling voor de preventieve en curatieve eigenschappen van kurkumine, omdat recent flink wat degelijk bewijs gevonden wordt voor de anti-inflammatoire en antikankeractiviteit van dit specerij-extract.

Metabolisme en biobeschikbaarheid

Klinische studies bij mensen tonen aan dat de systemische beschikbaarheid van oraal toegediend kurkumine relatief laag is, en dat men in plasma en serum vooral de kurkuminemetabolieten i.p.v. kurkumine zelf terugvindt enige tijd na inname. Kurkumine is zeer onstabiel in de darm en wordt in darm en lever heel vlug geconjugeerd tot kurkumineglucuroniden en -sulfaten of gereduceerd tot hexahydrokurkumine. Men weet niet of deze metabolieten dezelfde biologische activiteit vertonen als kurkumine zelf. Gelijktijdige toediening van piperine (uit Piper nigrum, zwarte peper) doet de biobeschikbaarheid van kurkumine wel gevoelig toenemen. Belangrijk om weten is wel dat voor de weldadige effecten van kurkumine, zoals de veronderstelde bescherming tegen darmkanker, systemische absorptie misschien niet noodzakelijk is. Bij darmkankerpatiënten die 3.6 gram kurkumine per dag kregen gedurende 7 dagen ter voorbereiding op een operatie , zag men wel een lokale ophoping van kurkumine in het (zowel aangetaste als normale) darmweefsel, maar niet in het leverweefsel van darmkankerpatiënten met levermetastases. De biobeschikbaarheid van kurkumine, in het bijzonder bij lagere orale doses, reikt wellicht niet veel verder dan het darmweefsel. Men denkt wel dat kurkumine iets beter in de andere weefsels wordt opgenomen door het op te lossen in warm water of in te nemen met 'vettige' vloeistoffen, maar dit werd onvoldoende bestudeerd.

Biologische activiteit

Antioxidant-activiteit.
Kurkumine blijkt effectief agressieve zuurstof- en stikstofradicalen weg te vangen. Hoewel, men is het er niet over eens of kurkumine eigenlijk een rechtstreekse antioxidant is in vivo : de stof is nauwelijks biobeschikbaar in vergelijking met andere vetoplosbare antioxidanten zoals bvb. alfatocoferol (vitamine E). In (pre)cancereus darmweefsel (zie hierboven) zouden de concentraties evenwel hoog genoeg liggen om oxidatieve en nitrosatieve DNA-schade tegen te gaan. Naast de activiteit als rechtstreekse vrije radicalenvanger werkt kurkumine wellicht indirect door het blokkeren van ontstekingsenzymes of door het stimuleren van de aanmaak van glutathion, een belangrijke intracellulaire antioxidant.

Anti-ontstekingsactiviteit.
Arachidonzuur in de celmembranen speelt een belangrijke rol bij de ontstekingsrespons door de aanmaak van krachtige chemische boodschapperstofjes, de eicosanoïden. De fosfolipiden in de celmembraan worden gehydrolyseerd door fosfolipase A2 (PLA2), waarbij arachidonzuur vrijkomt, dat wordt gemetaboliseerd door cyclo-oxygenases (COX-enzymes) tot prostaglandines en tromboxanen, en door lipoxygenases (LOX-enzymes) tot leukotriënen. In celculturen blokkeert kurkumine de activiteit van PLA2-, COX-2- en 5-LOX-enzymes. Kurkumine remt rechtstreeks de katalytische werking van 5-LOX, maar remt de werking van PLA2 door fosforylatie ervan te voorkomen en de werking van COX-2 door transcriptie ervan te verhinderen. Nuclear factor-kappa B (NF-kB) is een transcriptiefactor die DNA bindt en de transcriptie van het COX-2- en andere pro-inflammatoire genen zoals iNOS (inducible nitric oxide synthase) stimuleert. In ontstekingscellen zoals macrofagen katalyseert iNOS de synthese van stikstofoxide, dat kan reageren met het superoxide-anion om peroxynitriet te vormen, een hoogst reactief stifstofradicaal dat eiwitten en DNA kan beschadigen. In celkweken in het lab en dierenstudies toonde men aan dat kurkumine de door NF-kB-afhankelijke gentranscriptie kan remmen en de COX-2- en iNOS-aanmaak.

Glutathionsynthese.
Glutathion is een intracellulaire antioxidant die een sleutelrol speelt bij verhoogde cellulaire stress. In die situatie gaat het glutathionniveau de hoogte in door verhoogde expressie van GCL (glutamaatcysteïneligase). In celculturen blijkt dat kurkumine, door verhoogde transcriptie van genen die coderen voor GCL, zorgt voor meer glutathionaanmaak.

Effecten op biotransformatie-enzymes die verband houden met kankerverwekkende stoffen.
Biotransformatie-enzymes zijn belangrijk in het metabolisme en de uitscheiding van biologisch actieve stoffen zoals geneesmiddelen en kankerverwekkende stoffen (carcinogenen). Fase I-enzymes, waaronder die van het cytochroom-P450 (CYP) stimuleren de reactiviteit van vetoplosbare verbindingen en bereiden ze voor op de reacties o.i.v. Fase-II-enzymes. Fase-II-enzymes verhogen de wateroplosbaarheid en stimuleren aldus de eliminatie van deze stoffen. Hoewel meer enzymactiviteit in het algemeen tot meer eliminatie van kankerverwekkende stoffen leidt, worden sommige precarcinogenen gemetaboliseerd tot actieve carcinogenen o.i.v. welpaalde Fase-I-enzymes. Een voorbeeld daarvan is CYP1A1. Kurkumine blijkt in staat te zijn de activiteit van dit enzym tegen te gaan. Anderzijds zou kurkumine de activiteit van Fase-II-enzymes (zoals glutathion-S-transferase) stimuleren wat zou leiden tot verhoogde eliminatie van kankerverwekkende stoffen.

Celdelingstop en apoptose. Cellen vermenigvuldigen zich door al hun componenten te dupliceren en vervolgens in tweeën te splitsen. Dit proces van duplicatie en splitsing wordt de celcyclus genoemd. De belangrijkste taak hierbij is het doorgeven van de genetische informatie aan de nieuwe generatie cellen. Het is belangrijk dat er gedurende de celcyclus zo weinig mogelijk fouten gemaakt worden. Indien toch een fout optreedt tijdens de celcyclus kan er een celdelingstop optreden (cell cycle arrest) om het beschadigde DNA nog te repareren, of, indien dit niet meer kan, treden mechanismes op die leiden tot apoptose, de 'geprogrammeerde celdood'. Beide gebeurtenissen verhinderen het ontstaan en het doorgeven van mutaties die tot kanker kunnen leiden. Enkele onderzoekers ontdekten dat kurkumine in staat is, althans in kankercelculturen in het lab, zowel een celdelingstop als apoptose uit te lokken in kankercellen. Andere onderzoeken spreken dit evenwel tegen.

Inhibitie van tumorinvasie en angiogenese.
Kankercellen raken binnen in gezond weefsel met de hulp van bepaalde enzymes, matrix-metalloproteinases. Men ontdekte dat kurkumine de activiteit van die enzymes tegengaat. Om sneller te kunnen groeien, gaan tumoren ook nieuwe bloedvaten ontwikkelen : dit proces heet angiogenese. Zowel in een labokweek van vasculaire endotheelcellen als in een dierenstudie werd reeds aangetoond dat kurkumine angiogenese kan verhinderen.

Belangrijk : het merendeel van de beschreven biologische activiteiten van kurkumine werden waargenomen in de aanwezigheid van kurkuminedosissen die veel hoger liggen dan degene die kunnen worden bereikt in menselijke cellen na orale inname.

Preventie en behandeling van ziekte

Bovenstaande gegevens ivm de potentiële gezondheidseffecten van kurkumine komen hoofdzakelijk uit in vitro- en dierenstudies. De veelbelovende resultaten leidden recent wel tot de opzet van een flink aantal humane klinische studies om het effect van kurkumine te onderzoeken op multiple myeloma, alvleesklierkanker, colonkanker, psoriasis, de ziekte van Alzheimer, enz.....

Kanker.
Een vroegere fase-I klinische studie deed het nut van kurkuminesuppletie al vermoeden bij darmkanker. Een nieuwe fase-II-studie (2008) toonde de biologische activiteit van kurkumine aan bij enkele patiënten met gevorderde alvleesklierkanker. De onderzoekers stuitten wel opnieuw op de lage biobeschikbaarheid en het hydrofobe karakter van kurkumine en stellen voor om bij volgende klinische studies eventueel een type 'liposome-encapsulated' kurkumine te gebruiken. Fase-II studies bij darmkankerpatiënten zijn lopende.

Ontstekingsziekten.
Er werden tot heden enkel kleinere studies uitgevoerd, o.a. bij reumapatiënten (RA) en bij mannen herstellende na een operatie van een liesbreuk : daaruit bleek dat kurkumine wel degelijk ontsteking vermindert, en ongeveer even goed werkt als een NSAID. Meer onderzoek is nodig.

Cystische fibrose/mucoviscidose.
Er werd een fase-I-klinische studie uitgevoerd waarin kurkumine de functie van het defecte CFTR-eiwit niet corrigeerde. Momenteel loopt een vervolgstudie die het effect van hogere kurkuminedoses onderzoekt.

Ziekte van Alzheimer.
Bij de ziekte van Alzheimer gaan amyloid-beta-peptiden oligomeren vormen die zich in de hersenen ophopen tot 'amyloid plaques'. Ook ontsteking en oxidatieve schade schade dragen bij tot het voortschrijden van de ziekte van Alzheimer. In het lab verhinderde kurkumine de vorming van de typische amyloid-beta-oligomeren. Dierenstudies waarbij kurkumine perifeer werd geïnjecteerd, tonen aan dat kurkumine door de bloed-hersenbarrière gaat. In andere dierenstudies met oraal toegediend kurkumine verminderden specifieke ontstekings- en oxidatieve-schade-markers, plaquevorming en geheugenstoornissen. Men weet niet of oraal kurkumine bij mensen doorheen de bloed/hersenbarrière gaat of het voortschrijden van de ziekte kan remmen. De resultaten van verdere humane klinische studies worden weldra verwacht.

Bronnen

Voeding.
In India, Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten wordt kurkuma veelvuldig als specerij gebruikt in de keuken. Kurkuma bevat ongeveer 2 tot 9% kurkuminoïden. Van dit percentage is ongeveer 75% kurkumine. Currypoeder bevat kurkuma samen met andere specerijen, maar het gehalte aan kurkumine in currypoeder kan zeer verschillen en is meestal aan de lage kant. Kurkumin wordt ook gebruikt als felgele kleurstof in voedingsmiddelen. Als voedingsadditief draagt kurkumin het volgende E-nummer : E100.

Supplementen.
Zowel kurkumapoeders (met laag kurkuminegehalte) als kurkumineproducten (plantenextract met meestal 95% kurkuminoïden) zijn vrij verkrijgbaar als voedingssupplement. Aan sommige kurkuminepreparaten wordt piperine (extract uit zwarte peper, Piper nigrum) toegevoegd om de biobeschikbaarheid te verhogen. Wees voorzichtig met de inname van piperine als je geneesmiddelen inneemt, omdat piperine het metabolisme en de uitscheiding van geneesmiddelen sterk kan beïnvloeden. Waarschuw je arts. Optimale doseringen voor kankerpreventie of therapeutisch gebruik zijn niet vastgesteld. Men vermoedt dat doseringen lager dan 3,6 gram kurkumine per dag niet biologisch actief zijn in menselijk weefsel.

Veiligheid

Bijwerkingen.
Zelfs bij inname van hoge doses kurkumine ((tussen 2 en 12 g per dag) werden bij mensen geen ernstige bijwerkingen gerapporteerd, ook niet bij langdurige inname. Er is wel melding gemaakt van misselijkheid en diarree. Een andere studie meldt galblaascontracties bij doses van 20-40 mg, wat evt symptomen kan veroorzaken bij mensen met galstenen. Een heel recente studie (2009) toont aan dat kurkumine een biologisch actief ijzerchelator is.

Zwangerschap en borstvoeding.
Hoewel er geen enkel bewijs is dat de inname van kurkuma als specerij een negatief effect zou hebben bij zwangerschap of borstvoeding, is de veiligheid van hooggedoseerde kurkuminesupplementen onvoldoende aangetoond.

Interacties met geneesmiddelen.
Kurkumine remt de bloedplaatjesaggregatie en kan het risico op bloedingen verhogen bij mensen die bloedverdunners krijgen. In het lab vond een studie op kweken van borstkankercellen dat kurkumine apoptose door bepaalde chemotherapeutica remde. Het is niet helemaal duidelijk, maar, als je chemotherapie krijgt voor de behandeling van borstkanker, is het voorlopig beter geen hooggedoseerde kurkuminesupplementen te gebruiken. Sommige supplementen bevatten, naast kurkumine ook piperine, wat metabolisme en uitscheiding van bepaalde geneesmiddelen beïnvloedt. Overleg dus eerst met je arts of je al dan niet veilig kurkumine kan innemen als supplement.

(Voor deze tekst werden verscheidene bronnen geraadpleegd : uitgebreide lijst met referenties op aanvraag).

12 dec 2008

ME/CVS in Ayurveda : BALA KSHAYA (korte samenvatting)

De meer dan 5000 jaar oude Ayurveda, de klassieke Indiase geneeskunde, beschrijft een ziektebeeld dat zeer veel overeenkomsten vertoont met zowel ME/CVS als HIV/AIDS. Het wordt 'Bala Kshaya' genoemd. Deze Sanskrit-term betekent letterlijk : 'het aftakelen van de levenskracht'. (Bala = levenskracht, Kshaya = afbraak, aftakeling).

De pathogenese ('Samprapti' in het Sanskrit) of het ontstaansmechanisme wordt als volgt beschreven :

enerzijds het uit balans raken van 2 hoofd-dosha's (humoren) :
1.VATA : het 'kinetische' principe, dat vooral staat voor wat we tegenwoordig het 'zenuwstelsel' noemen. Dit is de neurologische component van de ziekte.
2.PITTA : het 'transformatie'-principe, dat vooral staat voor wat we tegenwoordig het 'metabolisme' noemen. Ayurveda leert dat pitta-uit-balans vooral leidt tot ontstekingen. Dit is de inflammatoire component van de ziekte

en anderzijds het ontstaan en de opstapeling van AMA, een slijmerige substantie vooral gevormd door endogene toxines die de SROTA's (macro- en micro-lichaamskanalen) blokkeren. Deze blokkering strekt zich uit tot op het niveau van de individuele lichaamscel en haar componenten. Dit onderdeel betreft de cellulaire-immuniteits-component van de ziekte.

De behandeling ('Chikitsa' in het Sanskrit) is dan ook drieledig (heel kort samengevat):
1. het opnieuw in balans brengen van VATA
met vatabalancerende dieet- en levensstijlmaatregelen, snehana (oleatie), warmtetoediening, afwisselend reinigende en voedende vasti's (spoeling dikke darm), stressreductie, vatabalancerende kruiden (vooral adaptogenen)
2. het reduceren van PITTA
met dieet- en levensstijlmaatregelen, snehana, virechana (purgatie = reiniging dunne en dikke darm), pittareducerende kruiden
3. het verwijderen van AMA uit de SROTAMSI
vooral door het verhogen van AGNI (staat voor het 'spijsverterings-' of 'metabolische' vuur) wat de srota's 'openbrandt' waardoor AMA (endogeen junkmateriaal) makkelijker wordt afgevoerd en essentiële voedingsmetabolieten de cellen opnieuw kunnen bereiken ; verder met amaverwijderende en agniverhogende fytotherapeutica en dieet- en levensstijlmaatregelen.
Volledige panchakarma-therapie* is aangewezen (pancha = vijf, karma = handeling) :”de 5 handelingen”.
Naderhand opvolging a.h.v. specifieke rasayana's (westers equivalent : anti-agingtherapie)

*wordt in India uitgevoerd tijdens langere hospitaalopname ; voor ernstig zieke ME- en AIDS-patiënten moeilijker uitvoerbaar in westerse niet-residentiële setting