Het is vandaag Driekoningen. Eén van de kostbare geschenken die de 3 Wijzen uit het Oosten - Caspar, Balthazar en Melchior, zoals ze later werden genoemd - aan het Kindeke Jezus overhandigden was wierook. Zie hierover ook mijn vorige post over het moderne geneeskundige gebruik van wierook, mirre en goud.
Over Boswellia serrata of Indiase wierook schreef ik een 3-tal jaar geleden een stukje, als onderdeel van een examen als ayurvedist:
(Linda Vansteenwinckel, juni 2006)
Botanische naam : Boswellia serrata
Plantenfamilie : Burseraceae
Nederlandse naam : Indische wierookboom (Engels : Indian Frankincense)
Gebruikt plantendeel : gomhars (wordt ook 'Olibanum' genoemd, het belangrijkste bestanddeel van wierook)
Sanskrit/Hindi : Sallaki, gomhars = Salai Guggul of Salai Guggal
Belangrijkste werking : anti-inflammatoir, analgetisch, anti-bronchoconstrictie
Belangrijkste actief bestanddeel : boswellinezuren (boswellic acids)
Typische toedieningsvorm : capsules of tabletten met gestandaardiseerd droogextract met 35 à 70% boswellinezuren
Typische dosering : 250 à 750 mg van een 70%-extract dagelijks
Herkomst
Indische wierook wordt geleverd door Boswellia Serrata, een kleine boom of struik die vooral gedijt op dorre gronden met een specifiek mineralengehalte in het noordoosten van India. De in het westen best bekende wierooksoorten zijn afkomstig van andere Boswellia-soorten zoals Boswellia sacra en Boswellia carterii, dit zijn de zeer aromatische Afrikaanse en Arabische wierooksoorten. Naast het branden van wierook voor geestverheffende doeleinden in vele culturen ter wereld wordt wierookharsextract in oost en west ook medicinaal toegepast.
Oogst en bereiding
Bij de bereiding van een Boswellia droogextract vertrekt men niet van de verse plantendelen maar wel van het gomachtige exsudaat uit inkervingen in de ontschorste stam. Dit wordt aan de zon of kunstmatig gedroogd tot een hars. Deze stof is wat men 'olibanum' heet, het hoofdbestanddeel van wierook. Heden ten dage bereidt men voor medicinale toepassingen vanuit deze grondstof een droogextract in poedervorm, dat wordt gestandaardiseerd op een welbepaald gehalte aan actieve bestanddelen.
Bekend gebruik in de vroege oudheid
De vroegste vermelding van het medicinale gebruik van wierookhars vindt men terug in de Ebers-papyrus uit het oude Egypte van de 17de eeuw voor Christus. In dit praktische handboek voor artsen staat een recept van gestampte wierook met honing, dat, als je het kauwt, voor een frisse adem zorgt. Egyptische vrouwen gebruiken dit recept tot op de dag van vandaag. In het vroege Perzië zetten artsen wierookbereidingen in tegen zomersproeten, pokkenlittekens en hondsdolheid. De oude Arabische artsen kenden meer dan 80 medicinale bereidingen met wierook, o.a. tegen wondroos. Wierookdampinhalatie hielp bij rhinitis, of ze schreven wierookbast en -hars voor als antibraakmiddel of als bloedstelpend middel. In het oude China werden met wierookbereidingen ook huidaandoeningen behandeld, waaronder melaatsheid.
Wierook bij Hippocrates
De gezaghebbende artsen Hippocrates, Celsus, Galenus en Dioscorides uit de Grieks-Romeinse periode pasten wierookhars en -bast toe in allerlei varianten : als zalf zetten ze het in tegen brandwonden en vorstletsels, en bij psoriasis en wratten, als poeder desinfecteerden ze er wonden mee en stelpten ze bloed. Wierookspoelingen werden ingezet bij constipatie, dampinhalatie werd aangeraden bij bronchitis, wierookwater om te gorgelen bij amandelontsteking, en omslagen met wierook bij pijnen. Inwendig gebruik werd beschouwd als wormafdrijvend en stopte diarree.
Wierook in de Ayurvedische teksten
In de Charaka Samhita worden het hars en de bast van de wierookboom ternauwernood vermeld. Het is pas in de veel latere maar belangrijke Bhava Prakash(14de E), dat men concretere verwijzigingen vindt naar het medicinaal gebruik van Boswellia : zie de twee sutra's hieronder. In de Dhanvantari Nighantu, een medisch lexicon met uitgebreider beschrijvingen van stoffen en hun werkingen, vinden we alle heden ten dage bekende gezondheidseffecten van wierookhars terug, en nog enkele meer. Wierookhars is volgens de Dhanvantari Nighantu nuttig bij volgende ziektebeelden : zweren, tumoren, jicht, borstcystes, diarree, aambeien, asthma, bronchitis, chronische laryngitis, geelzucht syphilis en huidaandoeningen, baarmoederontstekingen, dysenterie, teelbalontstekingen, hoest, stomatitis en arthritis.
Uittreksel uit de Bhava Prakasha Nighantu (14de eeuw)<
Sutra 22
“Sallaki is voeding voor olifanten en afkomstig van het rijkelijk vloeiende, geurige voedingssap van de wierookboom. Deze lost (produceert) zijn hars, rijkelijk stromend, een (genees)krachtig sap.”
Sutra 23
“Sallaki is wrang en koelend, en geneest slijmerige ontstekingsdiarree (in bredere zin ook andere ontstekingsziekten van de slijmhuid, zoals bronchitis, arthritis of witte vloed, die met een overmaat aan pitta (ontsteking) en shlesma (slijm, oedeem) te maken hebben).
Het geneest bloedingen (ook ontstekingsbeelden in het bloed) en wonden, is opwekkend, brengt naar buiten en naar boven (bevordert het ophoesten), sterkt de stem en is opbouwend voor lichaam en geest.”
Wierook in het Cruydtboek van Dodoens uit de 17de-eeuwse Nederlanden
Onder het hoofdstuk 'Beschrijvinghe van de Droghen - Indiaensche ende andere Vremde Cruyden” vertelt Dodoens ons ook een en ander over de 'Wieroock-boom, ende Wieroock'.
Wierook zelf (Olibanum) wordt zo beschreven : 'Wieroock, segt Galenus, verwarmt tot in den tweeden graed/ende drooght in den eersten, ende is een weinig samentreckende: maer den witten en heeft soo merckelijke samentreckinghe niet.' Verderop wordt wierookschors beschreven als 'merckelijck samentreckende' (= adstringens, wrang), 'daarom drooght hij seer', 'tot in den tweeden graed' (= tamelijk sterk drogend), 'luttel scherpigheydt' (bijna geen scherpte), en omwille van die eigenschappen wordt hij gebruikt tegen ' 't bloet spouwen', 'weeckheydt van de mage/buyckloop', enz...
Gelijklopende indicaties door de eeuwen heen
Uit dit overzicht van oude medische geschriften blijkt duidelijk dat, ondanks de enorme geografische en tijdsverschillen, Boswellia steeds werd ingezet voor gelijkaardige indicaties: bloedstelping, catarrhe, bronchitis, maag-darmstoornissen met ontstekingsbeeld, infectieziekten, verwondingen en 'jicht' (de ouden bedoelden met deze term waarschijnlijk allerlei reumatische aandoeningen en ontstekingen,...). Zeer opvallend is ook het historische (in- en uitwendige) gebruik bij velerlei goed- en kwaadaardige tumoren.
De herontdekking van Boswellia als geneeskrachtige plant
Aan het begin van de 20ste eeuw verdween wierook tijdelijk als geneesmiddel uit de kruidenboeken. De heropleving van Ayurveda zorgde voor een herontdekking van de weldaden van Boswellia Serrata, niet in het minst in het westen. Sinds een 15-tal jaar wordt Boswellia Serrata extract dan ook intensief onderzocht : de bevindingen van deze moderne research bevestigen grotendeels de werkzaamheid van Boswellia Serrata tegen verschillende ontstekingspathologieën.
Fytochemie en biologische activiteit vanuit westers perspectief*
Enkele van de biochemische werkingsmechanismen zijn intussen goed bekend. Het belangrijkste actieve bestanddeel in het droogextract van wierookhars zijn de boswellinezuren (boswellic acids). Hun anti-inflammatoire werking wordt toegeschreven aan de inhiberende functie die ze uitoefenen op het 5-lipoxygenase, een sleutelenzym in de omzettingspathway vanuit arachidonzuur naar de ontstekingsbevorderende leukotriënen, zonder dat ze daarbij andere enzymatische omzettingen beïnvloeden. Boswellic acids blokkeren dus de biosynthese van leukotriënen. Vooral bij reumatische ontstekingen, bij colitis ulcerosa en bij de ziekte van Crohn is er sprake van een overmatige biosynthese van leukotriënen, en de effectiviteit van Boswellia Serrata voor deze specifieke indicaties is dan ook het best onderbouwd in humane klinische studies.
Ook bij de vorming van sommige hersentumoren (astrocytoom en glioblastoom) is er sprake van een ontsporing van de leukotriënenproductie. Hier vermindert Boswellia Serrata in sterke mate het aanwezige hersenoedeem, en in enkele gevallen was er zelfs een tumornecrotiserend effect. Een mogelijke bijkomende biochemische verklaring voor het laatste zouden het topoisomerase I en II zijn die ook door boswelliazuren geremd worden. Deze enzymen spelen een belangrijke rol bij mutageniciteit.
Boswellia serrata bevat ook quercetine, een bioflavonoide dat een via een meer algemene anti-oxidatieve werking ook ontsteking vermindert.
Ook een aantal andere ziektebeelden zoals psoriasis, multiple sclerose, allergische aandoeningen en de ziekte van Alzheimer, reageren in individuele gevallen op een behandeling met boswellia-extract, maar hiervoor zijn nog geen betrouwbare klinische studies voorhanden.
Ook in de diergeneeskunde wordt Boswellia sinds enkele jaren met succes ingezet, bvb. bij renpaarden met gewrichtsontstekingen.
Boswellia zou ook het human leukocyte elastase (HLE) blokkeren dat een rol speelt bij de pathogenese van emfyseem. HLE stimuleert ook mucusvorming, en dat opent misschien extra mogelijkheden voor behandeling van mucoviscidose, chronische bronchitis en asthmatische aandoeningen.
In tegenstelling tot de veel gebruikte NSAID's vertoont Boswellia serrata bij de aangeduide dosering geen bijwerkingen op gastro-intestinaal niveau.
*uitgebreide referenties ter beschikking : humane klinische studies, dierenstudies, farmacodynamiek, analytische chemie, farmacokinetiek, genetica en moleculaire biologie,...
Eigenschappen en werking vanuit ayurvedisch perspectief.
In de ayurvedische literatuur wordt boswelliahars beschreven als adstringent, stimulerend, koortswerend, antiseptisch, pijnstillend en bloedzuiverend. Toepassingsgebieden zijn vooral reumatische aandoeningen en chronische long- en darmziekten.
De overheersende smaak is wrang, maar het bevat, zoals de andere gugguls, zeker ook delen bitter, scherp en zoet. De virya is hoofdzakelijk koelend, en de vipaka vooral scherp.
Bij boswelliaharsextracten is het echter de prabhava die de hoofdrol speelt : de ontstekingsremmende werking door de blokkering van het 5-lipoxygenase. De prabhava onderwerpt hier rasa, virya en vipaka.
In die zin kan salai guggul worden ingezet bij vata-, pitta- en kapha-aandoeningen. Bij amavata werkt salai anti-reumatisch, ontstekingen van het pitta-type worden getemperd, en bij kapha wordt bronchoconstrictie getemperd en overmatige slijmvorming gedroogd.
Salai kan worden ingezet bij zowel acute als chronische ontstekingen en wordt zeer goed verdragen.
Aangezien er geen bijwerkingen zijn, kan het, in tegenstelling tot klassieke ontstekingsremmers, gedurende langere tijd worden gebruikt. Enkel in heel zeldzame gevallen worden brandend maagzuur en warmtesensaties in handen en voeten vastgesteld. Tijdens zwangerschap is voorzichtigheid geboden.
Enkele hedendaagse formuleringen
Ayurvedisch :
in combinatie met Trifalapoeder
in combinatie met curcumin (curcuminoide uit geelwortel)
Gemengd :
in combinatie met glucosamine en chondroitine (kraakbeenbescherming)
in combinatie met Zingiber Officinale, Spiraea, Ribes Nigrum, Origanum vulgare, Viola tricolor en MSM-methylsulfonylmethaan (algemene antioxidantformule tegen vrije radicalenschade)
uitwendig : in zalf voor topische toepassing bij arthritis
6 jan. 2010
Boswellia Serrata : Wierookhars als geneesmiddel door de eeuwen heen
Labels:
anti-aging,
ayurveda,
fytotherapie,
ME/CFS,
ME/CVS,
pijn en ontsteking,
veda's,
voedingssupplementen
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

1 reacties:
Better be the head of a dog than the tail of a lion. ....................................................
Een reactie plaatsen