
Deze tekst is een vertaling van een (origineel engelstalig) artikel van de Finse medisch journaliste Maija Haavisto, met wie ik kennismaakte op Twitter (volg DiamonDie). Maija Haavisto is tevens de auteur van het bij ME-patiënten welbekende boek “Reviving the Broken Marionette, Treatments for CFS/ME and Fibromyalgia”
Het bijbelverhaal gaat dat de Drie Koningen of Wijzen uit het Oosten aan het kindje Jezus goud, mirre en wierook als geschenk gaven. Deze 3 stoffen zijn nog steeds van betekenis in de geneeskunde.
De meeste westerse kristelijke kerken vieren op 6 januari de Epifanie of het bezoek van de Drie Wijzen uit het Oosten of de Drie Koningen. Volgens het Nieuwe Testament schonken zij aan Jezus goud, mirre en wierook. Er bestaan meerdere theorieën over de juiste betekenis van deze dure en waardevolle geschenken. Hoe het ook zij, zowel goud, mirre als wierook hebben een medische betekenis. En 2 eeuwen na de Epifanie worden nog steeds nieuwe medische toepassingen ontwikkeld. In het bijzonder worden zij ingezet bij de behandeling van reumatische en autoimmuunaandoeningen.
Goud
Goud-zouten (zoals auranofin, aurothioglucose, en verschillende natriumzouten van goud – niet allemaal echte zouten) zijn vooral bekend voor het gebruik bij rheumatoïde arthritis. Soms worden zij ook ingezet bij de behandeling van andere autoimmuunziekten zoals psoriatische arthritis, systemische lupus erythematosus (lupus, SLE), en IBD (ontstekingsaandoeningen van het spijsverteringskanaal zoals de ziekte van Crohn en ulceratieve colitis).
De juiste werking van goud bij deze aandoeningen begrijpt men niet helemaal, maar heeft wellicht te maken met het temperen van het immuunsysteem en de ontstekingsrespons, zoals dat ook het geval is voor andere medicijnen voor de behandeling van autoimmuunziekten.
Auranofin zou ook enkele antikankereigenschappen hebben. Er zijn studies die aantonen dat de stof apoptose (de geprogrammeerde celdood) induceert in verschillende soorten kankercellen, o.a. bij baarmoederkanker en leukemie.
Mirre
Mirre is een hars dat wordt verkregen door het indrogen van het sap van bomen van de Commiphora-genus, vooral Commiphora myrrha. Historisch werd de stof gebruikt als wierook, in parfums, in zalfoliën en bij het balsemen. Studies wijzen uit dat mirre ontstekingsremmende, (lokaal) pijnstillende, en spierontspannende activiteit vertoont.
Van oudsher wist men dat mirre een sterk antisepticum is. Het werkt zowel antibacteriëel als antischimmel. Recent kreeg mirre ook heel wat aandacht als een mogelijke behandeling bij schistosomiasis (bilharzia), een parasitaire infectie die miljoenen mensen treft, maar uiteindelijk bleek de effectiviteit laag te zijn.
In Arabische landen wordt mirre gebruikt ter behandeling van diabetes, hoewel dit niet met klinische studies kon onderbouwd worden. Toch is het mogelijk dat mirre de glucosetolerantie verbetert. Een recente studie bij ratten wees op cholesterolverlaging, maar studies op mensen werden niet uitgevoerd.
Mirre wordt ook gebruikt in volksgeneeskundige tradities zoals de Chinese geneeskunde en in Ayurveda. Regelmatig wordt het gebruikt tesamen met wierook.
Wierook
Wierook stond in hoog aanzien in de bijbelse tijden. De meeste wierook wordt gemaakt van de harsen van bomen uit de Boswellia-genus, en wordt ook 'olibanum' genoemd. De damp van brandende wierook verjaagt muggen, wat heel nuttig zou kunnen zijn bij de preventie van ziekten die door muggen worden overgebracht, zoals malaria. Maar er zijn ook bereidingen voor orale toepassing. Vooral Indiase wierook of Boswellia serrata staat volop in de belangstelling, nadat de effectiviteit kon worden aangetoond bij de behandeling van verschillende chronische aandoeningen, van de ziekte van Crohn tot osteoarthritis. Boswellia heeft anti-inflammatoire, antibacteriële, antidepressieve en anxiolytische (angstremmende) eigenschappen. Het zou zelfs helpen de huid te verjongen.
References
Marzano C, Gandin V, Folda A, et al. Inhibition of thioredoxin reductase by auranofin induces apoptosis in cisplatin-resistant human ovarian cancer cells. Free Radic Biol Med. 2007 Mar 15;42(6):872-81.
Kim IS, Jin JY, Lee IH, et al. Auranofin induces apoptosis and when combined with retinoic acid enhances differentiation of acute promyelocytic leukaemia cells in vitro. Br J Pharmacol. 2004 Jun;142(4):749-55.
Amoudi et al. Hypocholesterolemic effect of some plants and their blend as studied on albino rats. International Journal of Food Safety, Nutrition, and Public Health. 2009;2(2):176
Dolara P, Corte B, Ghelardini C, et al. Local anaesthetic, antibacterial and antifungal properties of sesquiterpenes from myrrh. Planta Med. 2000 May;66(4):356-8.
Barakat R, Elmorshedy H, Fenwick A. Efficacy of myrrh in the treatment of human Schistosomiasis mansoni. Am J Trop Med Hyg. 2005 Aug;73(2):365-7.
Moussaieff A, Mechoulam R. Boswellia resin: from religious ceremonies to medical uses; a review of in-vitro, in-vivo and clinical trials. J Pharm Pharmacol. 2009 Oct;61(10):1281-93.
Read more at Suite101: Gold, Myrrh and Frankincense in Medicine: Modern Medical Uses of The Three Wise Men's Epiphany Gifts http://autoimmunedisease.suite101.com/article.cfm/gold_myrrh_and_frankincense_in_medicine#ixzz0bmiYRpLy
6 jan 2010
Goud, mirre en wierook in de geneeskunde – Modern medisch gebruik van de Driekoningengeschenken
18 okt 2009
Kanttekeningen door Nancy Klimas bij het recent opnieuw belichte verband tussen ME/CVS en retrovirusinfectie (XMRV).
In de blogrubriek “Consults – Experten in de frontlinie van de geneeskunde” van de New York Times van 15.10.2009 werden een aantal vragen van lezers over ME/CVS - meer bepaald over de recent ontdekte link met het retrovirus XMRV - beantwoord door Nancy Klimas. Het artikel bevat genoeg interessante elementen voor een vertaling.
http://consults.blogs.nytimes.com/2009/10/15/readers-ask-a-virus-linked-to-chronic-fatigue-syndrome/
Lezersvragen : Een virus gelinkt aan het chronischevermoeidheidssyndroom.
Denise Grady, wetenschapsjournalist voor The New York Times, onderzocht recent de link tussen een recent ontdekt virus genaamd XMRV en het chronischevermoeidheidssyndroom, in “Is een virus de oorzaak van vermoeidheidssyndroom?”. Op de Consults blog beantwoordden wetenschappers en artsen van de International Association for Chronic Fatigue Syndrome (IACFS), een vereniging van 500 biomedische en gedragsprofessionals, lezersvragen over CVS.
Hieronder beantwoordt Nancy Klimas, actief in het bestuur van de organisatie, vragen over het recent ontdekte retrovirus en de klinische zorg bij CFS. Dr Klimas is directeur van de afdeling immunologie van de University of Miami School of Medicine en directeur research voor het klinisch onderzoek naar AIDS/HIV aan het Miami Veterans Affairs Medical Center. Lees ook Fred Friedberg's antwoorden op gedragsgerelateerde vragen in “Behavioral Treatments for Chronic Fatigue Syndrome”.
Is het chronischevermoeidheidssyndroom besmettelijk?
Vraag: Ik heb 25 jaar CFIDS. Als het een virus is, is het besmettelijk? Hoe wordt het overgedragen? Ik ben nu bezorgd dat ik anderen zou besmetten. Dank je. (Nona)
Antwoord van dr. Klimas: Over het algemeen worden retrovirussen niet verspreid via de lucht of druppeltjes, maar worden ze overgedragen via seksueel contact, verticaal (van moeder op foetus) of door bloedtransfusie. Uit wat we leerden over andere retrovirussen is het duidelijk dat de hoeveelheid virus van belang is, en dat mensen met lage hoeveelheden circulerende virussen niet zo besmettelijk zijn als mensen met hoge niveau's van het virus in het bloed. Van XMRV, het retrovirus dat recent werd gevonden bij veel patiënten met CVS, hebben we niet genoeg informatie om te beoordelen hoe besmettelijk het kan zijn.
Altijd als de mogelijkheid van seksuele overdracht wordt geopperd, worden mensen ongerust dat zij op een of andere manier verantwoordelijk zijn voor het infecteren van hun seksuele partners. Dit is een mogelijkheid, maar het is belangrijk te onthouden dat vele infecties afkomstig zijn van over-over-grootouders en generaties lang blijven bestaan als latente infecties, of als infecties afkomstig van vroege seksuele contacten met om het even welke partner in een reeks van partners. We weten dat het niet zo vaak voorkomt dat beide partners CVS ontwikkelen. En hoewel moeder-op-kind overdracht van CVS kan gebeuren, komt het toch weinig voor.
Het is duidelijk dat een aantal factoren het risico op CVS verhogen: de genetische opmaak, de immuunfunctie, de ernst van de oorspronkelijke infectie, om er maar een paar te noemen. Gewoon worden blootgesteld aan, of zelfs besmet te worden met, een virus, betekent niet dat de persoon ziek wordt. We weten zelfs niet of besmetting met XMRV werkelijk ziekte veroorzaakt, of dat het één van die verschillende gereactiveerde virussen is (zoals HHV-6, EBV en enterovirus) die in verband worden gebracht met CVS.
Het is belangrijk deze nieuwe bevindingen over het XMRV-virus niet meer belang toe te kennen dan als een opwindende nieuwe ontwikkeling. We hebben bevestigende studies nodig, en daarna studies om te kijken of het virus bijdraagt tot de oorzaak van het ziek blijven en de symptomen. Het goede nieuws is dat, als XMRV gelinkt is met CVS, er al vele antivirale medicijnen bestaan, al getest op veiligheid bij HIV, die virale replicatie kunnen tegengaan. Dit soort studies kan snel worden opgezet.
Bestaat er een bloedtest voor het 'CVS-virus'?
Vraag: Bestaat er een specifieke test, een bloedtest of een andere, om uit te maken of een persoon geïnfecteerd is met het XMRV-virus? (Beau Brincefield)
Antwoord van dr Klimas: De test voor XMRV waarover werd bericht wordt momenteel enkel gebruikt in een onderzoeksomgeving. Een uitspraak van de researchdirecteur bij het Whittemore-Peterson-instituut, die betrokken was bij de recente ontdekkingen, werd aangehaald: zij zouden een commerciële test aan het ontwikkelen zijn die beschikbaar zou zij 'binnen enkele weken'. Verschillende andere commerciële laboratoria zijn ook tests aan het ontwikkelen.
Enkele belangrijke punten. Ten eerste : antilichamentests vertellen of je werd blootgesteld aan een virus, en niet of je momenteel een actieve infectie hebt. Ten tweede, de techniek die bekend is als PCR-bepaling meet iets wat 'virale belasting' wordt genoemd ; de test is bedoeld om na te gaan of er actief replicerend virus aanwezig is, dan wel latent (inactief) virus. Dit kan allebei nuttig zijn bij dit nieuwe virus, maar we hebben er enkel toegang toe in een onderzoeksomgeving.
Een andere manier om uit te vinden of je geïnfecteerd bent is via een viruskweek. De recente studie gepubliceerd in Science maakte gebruik van zowel viruskweken als PCR-bepalingen.
Lichaamsoefeningen en CVS
Vraag: Ik was een zeer actief iemand en hield van sporten. Toen kreeg ik één of andere infectie. Uiteindelijk, na bezoek aan verschillende artsen en gezondheidsprofessionals, kreeg ik de diagnose CVS. Intussen heb ik het wat makkelijker om ermee om te gaan. Ik probeer rustperiodes in te bouwen gedurende de dag. Ik zou graag opnieuw sporten, maar ik voel er mij achteraf zo ziek van en mijn spieren doen dan zo'n pijn. Heeft u enig advies? Moet ik doorduwen en opnieuw proberen sporten? Ik vind het zo al moeilijk genoeg om bij te blijven op school en het normale lopen dat je al dagelijks moet doen... Ik wil niet wegblijven van school. (Pat)
Antwoord van dr Klimas: De meeste CVS-patiënten hebben er baat bij om hun lichaamsoefeningen in korte stukjes op te delen, dan een korte rustperiode in te bouwen, en dan opnieuw te proberen. Het is zeker zo dat 'doorduwen' je kan doen 'crashen' en een herval kan dagen of zelfs weken duren. Aan mijn patiënten raad ik de 5-minuten-regel aan: vijf minuten oefenen, dan vijf minuten platliggen, dan opnieuw 5 minuten oefenen, en zo op de duur telkens met een extra 5 minuten opbouwen.
Als je al wat meer oefening aankan dan dit, probeer dat dan, daarna bouw je pauze in, en probeer dan opnieuw. Het is ook zo dat CVS-patiënten wel beter soepelheids- en weerstandsoefeningen (stretching, trainen met gewichten) verdragen. Omdat CVS-patiënten meer vatbaar zijn voor bloeddrukschommelingen tijdens het trainen, verdragen zij aërobe oefeningen het best in liggende houding – zwemmen, fietsen op een ligfiets,...dat soort dingen.
Kan ik mij als vrijwilliger opgeven voor een studie?
Vraag: Ik verwijs graag naar posting 25, en zou willen weten wanneer en hoe men zich als vrijwilliger kan opgeven voor een geneesmiddelenonderzoek? Dank voor uw hulp. (Sally)
Antwoord dr Klimas: Er zijn geneesmiddelen- en andere studies lopende overal in de Verenigde Staten en wereldwijd die deze aandoening en mogelijke behandelingen onderzoeken. Onderzoekers aan het Whittemore Peterson-instituut en elders plannen momenteel antivirale studies gebaseerd op de recente onderzoeksontwikkelingen. Ik zou vooral deze 3 websites bekijken — International Association for CFS/ME, CFIDS Association of America, en Whittemore Peterson Institute for Neuro-Immune Disease - voor verdere ontwikkelingen.
Werd er jaren geleden een CVS-virus ontdekt?
Vraag: In de vroege jaren '90 ontdekte dr Elaine DeFreitas aan het Wistar Institute in Philadelphia een nieuw menselijk retrovirus (nauw verwant aan HTLV-2, met eigenschappen die deden denken aan het Spuma-virus) in CFIDS-patiënten. Dit werd daarna bevestigd door 2 andere prominente onderzoekers (en een commerciëel laboratorium). Dr DeFreitas was bijna rond met het in kaart brengen van het genoom en publiceerde een goed uitgewerkte bijdrage in een toptijdschrift. Toen beschadigden de CDC en NIH haar reputatie omdat haar opvattingen niet strookten met hun stellige beweringen dat CFIDS psychoneurose was. Niemand anders volgde dit op uit angst dat hun carriere eveneens zou worden verwoest. Dit werd gedetailleerd uiteengezet in het opzienbarende boek 'Osler's Web'. Gaat het hier om hetzelfde virus als het 'nieuwe' XMRV? (Justin Reilly)
Antwoord dr Klimas: Dr DeFreitas heeft opzienbarend werk verricht en zou moeten gefeliciteerd worden voor haar vroege resultaten die wezen in de richting van retrovirusinfectie bij CVS. Sindsdien ging de technologie met rasse schreden vooruit, wat onderzoekers nieuwe mogelijkheden geeft om te zoeken naar virussen die nog moesten worden geïdentificeerd in 1990-92, incl. het XMRV-virus.
Er werden ook nieuwe antivirale medicijnen ontwikkeld die effectief zouden kunnen zijn om dit type infectie in bedwang te houden. We begrijpen nu ook veel meer over de toxiciteit en het veilig gebruik van deze medicijnen.
Ik feliciteer het Whittemore Peterson Institute voor hun uitstekende werk. Ik ben ook verheugd voor Elaine vandaag. Ik zou ook aan de patiënten willen vragen nog iets meer geduld te hebben zodat onderzoekers het soort klinische studies kunnen opstellen en uitvoeren die kunnen uitwijzen of dit virus een spilfunctie heeft bij langdurige ziekte.
Verbanden tussen HIV en XMRV?
Vraag: ik vond de vergelijking met HIV (en dit enkel en alleen omdat het ook om een retrovirus gaat) onnodig alarmerend, en erger, het soort sensatiezoeken dat eerder thuishoort in de tabloids. Voor zoverre ik het begrijp... is het verband tussen beide hoogstens zwak en veralgemenend.
Het maakt mij boos dat de vergelijking met HIV helemaal uit zijn context wordt gehaald ; er zijn meerdere retrovirussen waarvan niet geweten is of ze eigenlijk enige ziekte veroorzaken. Dit virus vergelijken met het meest bekende en gevreesde virus, is simplistisch en ronduit onjuist. We mogen niet vergeten dat retrovirussen er altijd geweest zijn in de geschiedenis van de mensheid, en, terwijl sommige niet ziekmakend zijn, zijn de meeste niet zo extreem als HIV.
Het virus vergelijken met HIV crëert onnodige ongerustheid en lijden voor mensen die al af te rekenen hebben met een moeilijke ziekte. De vergelijking is nutteloos buiten de context, en verschaft de lezer geen nuttige informatie.
Ik vraag dat u nadenkt over de morele gevolgen van uw slordige vergelijking – de horror en angst bij die mensen die misschien denken dat het even ziekmakend is als HIV, en bij diegenen die vrezen misschien anderen te besmetten. (David)
Antwoord dr Klimas: U heeft daar een punt. Dit is één studie, waarvan de resultaten moeten gevalideerd worden, en de volgende studie kijkt naar behandelingsmogelijkheden. En u heeft gelijk, sommige retrovirussen lijken goedaardig, terwijl andere ziekmakend zijn.
Maar ik hoop dat u niet bedoelt dat CVS-patiënten niet even ziek zijn als HIV-patiënten. Mijn HIV-patiënten zijn er meestal goed aan toe na 3 decennia intens en uitstekend onderzoek en miljarden aan investeringen. Veel van mijn CVS-patiënten echter zijn verschrikkelijk ziek en kunnen niet werken of bijdragen tot de zorg voor hun gezin.
Ik verdeel mijn klinisch werk tussen de 2 ziekten, en ik verzeker u dat, als ik kon kiezen tussen de 2 ziekten (in 2009), dat ik dan liever HIV zou hebben. CVS, dat een miljoen mensen treft in de VS alleen, krijgt maar een kleine fractie toebedeeld van de beschikbare researchdollars.
Ondanks deze beperkingen werden er belangrijke inspanningen gedaan om de oorzaak te begrijpen en effectieve behandelingen te ontwikkelen. Het Whittemore-Peterson-instituut zou in de bloemetjes moeten worden gezet voor hun uitstekende werk, dat werd uitgevoerd in een gloednieuw centrum gefinancierd met privédonaties, staatsgelden en medewerking van de NIH. Creatief onderzoek en creatieve financiering!
Is slaap een factor in CFS?
Vraag: Denkt u dat slaap een factor zou kunnen zijn in CFS? Heeft u gehoord over Xyrem dat ingezet wordt om stadium 4, de diepe slaap, te vergemakkelijken? Bijna iedereen met fibromyalgie en/of CVS zegt niet in staat te zijn diep te slapen, een herstellende slaap te hebben. We kijken allemaal uit naar hulp hiervoor nog tijdens dit leven. Zovele jaren gaan verloren aan deze ziekten. (Abot Bensussen)
Antwoord dr Klimas: Er is een klinische studie onderweg naar de effecten van Xyrem, een geneesmiddel dat wordt gebruikt om slaapstoorissen zoals narcolepsie te behandelen, bij fibromyalgie. Het is zeker zo dat herstellende slaap een goede zaak is, en dat de langzame-golvenslaap (stadium 4) heel belangrijk is voor een herstellende slaap. Een slaapspecialist kan helpen met dit deel van de behandeling, maar het is belangrijk een slaapstudie te laten uitvoeren voor je de inname van enig slaapmiddel overweegt.
In een studie uitgevoerd door mijn groep, vonden we dat ongeveer de helft van de CVS-patiënten een bepaalde graad van slaapapnoe ontwikkelen na verloop van tijd, een behandelbare aandoening die kan verergeren door sommige slaapmiddelen.
20 sep 2009
5 sep 2009
The Philosophical Baby - new book by Alison Gopnik

Interesting read on Edge : "Amazing Babies", an interview with Alison Gopnik on her research into the fantastic learning abilities of babies and young children.
Here are some fragments from this interview :
The biggest question for me is "How is it possible for children, young human beings, to learn as much as they do as quickly and as effectively as they do?" We've known for a long time that human children are the best learning machines in the universe. But it has always been like the mystery of the humming birds. We know thast they fly, but we don't know how they can possibly do it. We could say that babies learn, but we didn't know how. But now there's this really exciting confluence of work in artificial intelligence and machine learning, neuroscience and in developmental psychology, all trying to tackle this question about how children could possibly learn as much as they do.
For example, it turns out that babies and very young children already are doing statistical analyses of data, which is not something that we knew about until the last ten years. This is a really very, very new set of findings. Jenny Saffran, Elissa Newport and Dick Aslin at Rochester started it off when they discovered that infants could detect statistical patterns in nonsense syllables. Now every month there's a new study that shows that babies and young children compute conditional probabilities, that they do Bayesian reasoning, that they can take a random sample and understand the relationship between that sample and the population that it's drawn from. And children don't just detect statistical patterns, they use them to infer the causal structure of the world. They do it in much the same way that, sophisticated computers do. Or for that matter, they do it in the same way that every scientist does who looks at a pattern of statistics and doesn't just say oh that's the data pattern, but can then say oh and that data pattern tells us that the world must be this particular way.
When you actually study children, you certainly do see a lot of innate structure. But you also see this capacity for learning and transforming and changing what you think about the world and for imagining other ways that the world could be. In fact, one really crucial evolutionary fact about us, is that we have this very, very extended childhood. We have a much longer period of immaturity than any other species does. That's a fundamental evolutionary fact about us, and on the surface a puzzling one. Why make babies so helpless for so long? And why do we have to invest so much time and energy, literally, just to keep them alive?
Well, when you look across lots and lots of different species, birds and rodents and all sorts of critters, you see that that a long period of immaturity is correlated with a high degree of flexibility, intelligence and learning. Look at crows and chickens, for example. Crows get on the cover of Science using tools, and chickens end up in the soup pot, right? And crows have a much longer period of immaturity, a much longer period of dependence than chickens.
The way that evolution seems to have solved that problem is to have this kind of cognitive division of labor, so the babies and kids are really the R&D department of the human species. They're the ones that get to do the blue-sky learning, imagining thinking. And the adults are production and marketing. We can not only function effectively but we can continue to function in all these amazing new environments, totally unlike the environment in which we evolved. And we can do so just because we have this protected period when we're children and babies in which we can do all of the learning and imagining. There's really a kind of metamorphosis. It's like the difference between a caterpillar and a butterfly except it's more like the babies are the butterflies that get to flitter around and explore, and we're the caterpillars who are just humping along on our narrow adult path.
'The Philosophical Baby', by Alison Gopnik, on Amazon/The Edge Bookstore
16 aug 2009
2de MEAB congres : 'ME/CVS, het mysterie ontrafeld'

Op 19 september organiseert ME-patiëntenvereniging MEAB haar 2de congres over ME/CVS : ME/CVS, het mysterie ontrafeld. Ambitieuze titel, maar bon, toch terecht ivm de recente belangwekkende vaststellingen rond het verband tussen overmatige productie van waterstofsulfide in het maagdarmkanaal en ME/CVS. In elk geval sprekers over zeer interessante onderwerpen.
ME en voedingsintoleranties (Christine Tobback, voedingsdeskundige) : Correct omgaan met die voedingsintoleranties is nl. 'key' in elke ME-therapie, al was het maar om de chronische immuunactivatie te verminderen.
Channelopathie (Dr. S. Hagan) : het interessantste item op het programma, vind ik zelf. Trouwens, voedingsintoleranties opsporen en behandelen is bij sommigen de eerste stap om channelopathieën om te keren. Ayurvedisten doen het dan weer anders : zij verwijderen ama (lees: toxische rommel) uit de srotamsi (lees: macro- en microlichaamskanalen). Werkt bij sommigen goed, doet hun mitochondriën weer zuurstof snuiven...
Gastrointestinale dysfunctie, neurotoxines, milieublootstelling (Dr. C. Roelant): enkele hoofdoorzaken van ME. Recent meer belangstelling hiervoor ivm de waterstofsulfideconnectie....
Praktische informatie - Inschrijvingsformulier
14 jun 2009
1 jun 2009
Nederlandse vertaling van de waterstofsulfidehypothese van Marian D. LEMLE ivm ME/CVS
Author : Marian Dix Lemle
3135 Ellicott Street, NW
Washington, DC 20008,
United States
Tel.: +1 202 537 0344; fax: +1 202 775 0045
E-mail address: mdlemle@yahoo.com
2 Editorial / Medical Hypotheses xxx (2008) xxx–xxx
(Vertaling : Linda Vansteenwinckel, Sampraxis)
HYPOTHESE :
Het chronischevermoeidheidssyndroom wordt veroorzaakt door een verstoring van het waterstofsulfidemetabolisme.
Het chronischevermoeidheidssyndroom (CVS), ook bekend als myalgische encephalomyelitis (ME), is een zware multisysteemaandoening met onduidelijke etiologie en waarvoor vooralsnog geen betrouwbare behandelingen voorhanden zijn. Hier wordt de hypothese vooruitgeschoven dat de multisysteemverstoringen in CVS/ME worden veroorzaakt door verstoringen in de homeostase van endogeen waterstofsulfide en dat die resulteren in mitochondriale dysfunctie.
Het onderzoek naar H2S (waterstofsulfide, een molecule die bestaat uit zwavel en waterstof) – het gas dat de karakteristieke geur veroorzaakt van rotte eieren – gaat terug tot de jaren 1700 en toont een opmerkelijke reeks van effecten aan bij dieren en mensen. In hoge concentraties heeft H2S een aantal toxische effecten, waaronder onmiddellijke dodelijkheid. Sommig onderzoek naar de effecten bij lage concentraties suggereert goedaardige effecten van H2S en toont aan dat het werkt als een soort 'biologische boodschapperstof' – H2S is de derde gasvormige stof waarvan werd ontdekt dat ze fungeert als een biologische boodschapperstof, na stikstofoxide en koolstofmonoxide. De hersenen, de pancreas, en het maagdarmkanaal produceren H2S. Dit endogeen H2S speelt een rol bij de regeling van de bloeddruk, de lichaamstemperatuur, het gladde spierweefsel in de vaatwanden, de hartfunctie, hersenischemie, en bij het moduleren van de HPA-as. Het wordt zelfs een “meester-metabole-regulator” genoemd. Uit recent onderzoek blijkt dat lage doses exogeen H2S bij muizen een soort winterslaapachtige bewegings'armoede' in gang zet, wat een verlaging van de lichaamstemperatuur, een apnoe-achtige slaaptoestand, een vertraging van het hart- en ademhalingsritme, en een sterke metabole vertraging veroorzaakt. Dit doet sterk denken aan de symptomen en de bewegingsarmoede (“de-animation' in het Engels, wellicht beter te vertalen als “gebrek aan bewegingsmogelijkheid”) die CVS/ME-patiënten ervaren. Daarenboven tast H2S de biologische netwerken aan die verstoord zijn bij CVS, waaronder het neurologische, endocriene en immuunsysteem. Daarom is een plausibele etiologie voor CVS een stijging van de activiteit van endogeen H2S, dat de normale activiteit van de mitochondriën remt.
H2S en en de mitochondriën
Binnen deze visie kunnen de vermoeidheid en de andere CVS/ME-symptomen te wijten zijn aan verminderde fysiologische en cellulaire energie als gevolg van de verminderde capaciteit van de mitochondriën om zuurstof te gebruiken en ATP aan te maken. Meer specifiek bindt H2S zich aan het mitchondriale enzym 'cytochroom-C-oxidase', dat deel uitmaakt van complex IV van de electronentransportketting en dat de oxidatieve fosforylatie en en de ATP-productie tempert. Helemaal in lijn met deze bevinding wees recent onderzoek over de toxiciteit van lage doses H2S in de richting van verhoogde vorming van vrije radicalen en depolarisatie van de mitochrondriale membraan, een toestand die de ATP-synthese vermindert. Als vergiftiging de mitochondriën onefficiënt maakt, kan men verwachten dat de cellen overschakelen op anaërobe mechanismes, een shift die inderdaad wordt vastgesteld bij CVS-patiënten. Eveneens in lijn met deze hypothese is het feit dat mitochondriën organellen zijn die evolutionair gezien afstammen van eukaryotische zwavelverbruikende microben. Het is dus niet verwonderlijk dat ze een hoge affiniteit voor zwavel (S) vertonen. Natuurlijk kan het zijn dat H2S de mitochondriën niet direct aantast door eraan te binden. Misschien zijn het veranderingen in het genoom die verantwoordelijk zijn voor de effecten van H2S. Enkele studies vonden bewijs voor de betrokkenheid bij CVS/ME van het gen dat codeert voor cytochroom-c-oxidase. Andere onderzoekers vonden onregelmatigheden in de genen die coderen voor het vetzuurmetabolisme, apoptose, de functie van de mitochondriale membraan, en eiwitproductie in de mitochondriën. Tegen een achtergrond van genetische voorbeschiktheid leidt H2S misschien tot instabiliteit van het genoom en cumulatieve mutaties in het mitochondriaal DNA. Anderzijds kunnen de effecten van H2S initiëel gestuurd worden door veranderingen in de redoxpotentiaal van cellen of wijzigingen in hun zwavelmetabolisme, vooral bij de glutathionaanmaak. Een andere mogelijkheid is een direct effect van H2S op het immuunsysteem : recent onderzoek toont aan dat exogeen H2S een functionele remming en celdood in gang zet van specifieke soorten cytotoxische lymfocyten, CD8(+) T-cellen en NK-cellen. Bovendien speelt H2S een sleutelrol als boodschappermolecule in zowel anaërobe als aërobe organismen. Darmbacteriën produceren niet alleen H2S maar gebruiken het ook als substraat als een alternatief voor zuurstof. Dit is zeker relevant in het maagdarmkanaal, waar bij CVS/ME-patiënten ongewoon hoge niveau's van gram-negatieve bacteriën werden gevonden die de intestinale permeabiliteit verhogen. Naast bacteriën produceren ook gisten, schimmels en andere fungi H2S.
CVS/ME is een modelziekte wat multisysteemverstoringen betreft. Het is mijn hypothese dat de mitochondriën, organellen die elke cel nodig heeft om te overleven, niet in staat zijn om zuurstof op de goede manier te gebruiken. Deze mitochondriale storing kan te wijten zijn aan de gecombineerde effecten van de anaërobe omstandigheden die men ziet bij CVS en geassociëerde toxiciteit van lage doses H2S. Het gestegen H2S-niveau verandert de fijne signalisatie die noodzakelijk is voor de lichaamshomeostase en veroorzaakt zo CVS. Het beter begrijpen van de rol van H2S in het lichaam en, in het bijzonder, in de mitochondriën, zal misschien leiden tot een een samenvattende kijk op de verschillende uitingen van deze complexe ziekte.
Referenties : zie mijn vorige blogpost met de originele Engelstalige versie.
