Presentation held at the London press conference by Prof. De Meirleir on May 28th 2009
30 mei 2009
Anti-aging effects of multivitamins?
Nutraingredients, an important webportal for the nutraceuticals industry, just reported on a new study (to appear in the June issue of the American Journal of Clinical Nutrition) prudently linking intake of multivitamins to slower shortening of telomeres, thereby slowing the aging process. More research is needed, but I think the article is important enough as a little counterweight for recent negative press coverage on vitamin intake.
Multivitamins linked to younger ‘biological age’: Study
By Stephen Daniells, 27-May-2009
The cells of multivitamin users may have a younger biological age than cells from non-users, according to new research from the US.
Researchers led by Honglei Chen, MD, PhD from National Institute of Environmental Health Sciences looked at the length of telomeres, DNA sequences at the end of chromosomes that shorten as cells replicate and age.
The ageing and lifespan of normal, healthy cells are linked to the so-called telomerase shortening mechanism, which limits cells to a fixed number of divisions. During cell replication, the telomeres function by ensuring the cell's chromosomes do not fuse with each other or rearrange, which can lead to cancer. Elizabeth Blackburn, a telomere pioneer at the University of California San Francisco, likened telomeres to the ends of shoelaces, without which the lace would unravel.
With each replication the telomeres shorten, and when the telomeres are totally consumed, the cells are destroyed (apoptosis). Previous studies have also reported that telomeres are highly susceptible to oxidative stress.
Dr Chen and his co-workers noted that telomere length may therefore be a marker of biological ageing, and that multivitamins may beneficially affect telomere length via modulation of oxidative stress and chronic inflammation.
According to results published in the new issue of the American Journal of Clinical Nutrition, the telomeres of daily multivitamin users may be on average 5.1 per cent longer than in non-users.
“To our knowledge, this was the first epidemiologic study of multivitamin use and telomere length,” wrote Dr Chen and his co-workers. “Regular multivitamin users tend to follow a healthy lifestyle and have a higher intake of micronutrients, which sometimes makes it difficult to interpret epidemiologic observations on multivitamin use.
“Further investigations would be needed to understand the role of multivitamin use and telomere length and its implication in the etiology of chronic diseases.”
Multivitamin use
According to a National Institutes of Health (NIH) State-of-the-Science Panel, half of the American population routinely use dietary supplements, with their annual spend estimated at over $20 billion.
Recent results of the National Health and Nutrition Examination Survey showed that 35 per cent of the US adult population regularly consumes one or more types of multivitamin product (Am. J. Epidemiol., 2004, Vol. 160, Pages 339-349).
New study
Dr Chen and his co-workers analysed multivitamin use and nutrient intakes, as well as telomere length of 586 women aged between 35 and 74 in the Sister Study. A 146-item food-frequency questionnaire was used to determine multivitamin use and nutrient intakes.
Compared to non-multivitamin users, the researchers noted that that telomeres were on average 5.1 per cent longer for daily multivitamin users.
In an attempt to identify specific nutrients that could be behind the observations, a positive relationship between telomere length and intakes of vitamins C and E from foods was observed.
“Whereas the evidence is not sufficient to conclude that these 2 dietary antioxidants mediated the observed relation, the results are consistent with experimental findings that vitamins C and E protect telomeres in vitro,” wrote the researchers.
Being the first study to report such an association, Dr Chen and his co-workers emphasized that the evidence is only preliminary and that additional epidemiologic studies are required to further explore the association. The implications of the findings in terms of ageing and the etiology of chronic diseases should be carefully evaluated.
Source: American Journal of Clinical Nutrition
June 2009, Volume 89, Number 6, Pages 1857-1863, doi:10.3945/ajcn.2008.26986
"Multivitamin use and telomere length in women"
Authors: Q. Xu, C.G. Parks, L.A. DeRoo, R.M. Cawthon, D.P. Sandler, H. Chen
9 apr 2009
The most useful food supplements in ME/CFS?
Several contacts from Belgium and abroad have asked me which nutritional supplements I consider to be the most useful in ME/CFS management. Very difficult to answer. It really depends on your individual constitution, on your specific disease history, on which symptom complexes are the most prominent in your situation, not in the least on the amount of money you can spend.... However, there are some well-documented nutritional substances that have proved to be beneficial for many ME/CFS patients. They deal with underlying pathologies like cytokine imbalances, leaky gut and intolerances, oxidative and nitrosative stress, glutathion depletion, subclinical inflammation, etc...
So I will give it a try anyway.
This is a (non-limitative) list of supplements that can really be helpful in ME/CFS. They are my favorites. None of these substances are “magic bullets”, but they do help in correcting specific deficiencies and imbalances over time.
Zinc (zinc monomethionine , zinc carnosine)
Selenium (L-selenomethionine, selenocysteine)
NAC – N-acetylcysteine
Glutamine
Curcumin (Turmeric extract)
Omega-3 fatty acids (EPA/DHA)
Betaglucans 1,3-1,6 (shiitake extract, pleurotus extract,...preferably not yeast extracts)
Alpha lipoic acid
Coenzyme Q10 (ubiquinone or ubiquinol)
B-vitamin Complex
Chitrak (Plumbago Zeylanica)*
Do remember to adjust your diet and lifestyle, and please seek the guidance of a medical professional who is knowledgeable about ME/CFS.
*Please do not start intake of Chitrak if you are underweight or suffering from gastric problems (ulcers, acid reflux, etc...) or show any signs of inflammation in your gastrointestinal tract. If you are on Chitrak, immediately stop the intake whenever you feel any discomfort in the stomach region.
7 feb 2009
Kurkumine, goudgele gezondheid
Kurkuma is een specerij gewonnen uit de rhizomen van Curcuma longa, een plant uit de gemberfamilie (Zingiberaceae). Rhizomen zijn horizontaal groeiende ondergrondse stengels waaruit zowel scheuten als wortels groeien. De felgele kleur van kurkuma is vooral afkomstig van de vetoplosbare polyfenolen in de specerij die kurkuminoïden worden genoemd. Kurkumine, de belangrijkste kurkuminoïde in kurkuma, wordt algemeen beschouwd als de meest actieve stof. Andere kurkuminoïden in kurkuma zijn demethoxykurkumine en bisdemethoxykurkumine. Bovenop het gebruik als specerij en als pigment, wordt kurkuma in India al eeuwen toegepast voor medicinale doeleinden. Hedendaagse wetenschappers hebben steeds meer belangstelling voor de preventieve en curatieve eigenschappen van kurkumine, omdat recent flink wat degelijk bewijs gevonden wordt voor de anti-inflammatoire en antikankeractiviteit van dit specerij-extract.
Metabolisme en biobeschikbaarheid
Klinische studies bij mensen tonen aan dat de systemische beschikbaarheid van oraal toegediend kurkumine relatief laag is, en dat men in plasma en serum vooral de kurkuminemetabolieten i.p.v. kurkumine zelf terugvindt enige tijd na inname. Kurkumine is zeer onstabiel in de darm en wordt in darm en lever heel vlug geconjugeerd tot kurkumineglucuroniden en -sulfaten of gereduceerd tot hexahydrokurkumine. Men weet niet of deze metabolieten dezelfde biologische activiteit vertonen als kurkumine zelf. Gelijktijdige toediening van piperine (uit Piper nigrum, zwarte peper) doet de biobeschikbaarheid van kurkumine wel gevoelig toenemen. Belangrijk om weten is wel dat voor de weldadige effecten van kurkumine, zoals de veronderstelde bescherming tegen darmkanker, systemische absorptie misschien niet noodzakelijk is. Bij darmkankerpatiënten die 3.6 gram kurkumine per dag kregen gedurende 7 dagen ter voorbereiding op een operatie , zag men wel een lokale ophoping van kurkumine in het (zowel aangetaste als normale) darmweefsel, maar niet in het leverweefsel van darmkankerpatiënten met levermetastases. De biobeschikbaarheid van kurkumine, in het bijzonder bij lagere orale doses, reikt wellicht niet veel verder dan het darmweefsel. Men denkt wel dat kurkumine iets beter in de andere weefsels wordt opgenomen door het op te lossen in warm water of in te nemen met 'vettige' vloeistoffen, maar dit werd onvoldoende bestudeerd.
Biologische activiteit
Antioxidant-activiteit.
Kurkumine blijkt effectief agressieve zuurstof- en stikstofradicalen weg te vangen. Hoewel, men is het er niet over eens of kurkumine eigenlijk een rechtstreekse antioxidant is in vivo : de stof is nauwelijks biobeschikbaar in vergelijking met andere vetoplosbare antioxidanten zoals bvb. alfatocoferol (vitamine E). In (pre)cancereus darmweefsel (zie hierboven) zouden de concentraties evenwel hoog genoeg liggen om oxidatieve en nitrosatieve DNA-schade tegen te gaan. Naast de activiteit als rechtstreekse vrije radicalenvanger werkt kurkumine wellicht indirect door het blokkeren van ontstekingsenzymes of door het stimuleren van de aanmaak van glutathion, een belangrijke intracellulaire antioxidant.
Anti-ontstekingsactiviteit.
Arachidonzuur in de celmembranen speelt een belangrijke rol bij de ontstekingsrespons door de aanmaak van krachtige chemische boodschapperstofjes, de eicosanoïden. De fosfolipiden in de celmembraan worden gehydrolyseerd door fosfolipase A2 (PLA2), waarbij arachidonzuur vrijkomt, dat wordt gemetaboliseerd door cyclo-oxygenases (COX-enzymes) tot prostaglandines en tromboxanen, en door lipoxygenases (LOX-enzymes) tot leukotriënen. In celculturen blokkeert kurkumine de activiteit van PLA2-, COX-2- en 5-LOX-enzymes. Kurkumine remt rechtstreeks de katalytische werking van 5-LOX, maar remt de werking van PLA2 door fosforylatie ervan te voorkomen en de werking van COX-2 door transcriptie ervan te verhinderen. Nuclear factor-kappa B (NF-kB) is een transcriptiefactor die DNA bindt en de transcriptie van het COX-2- en andere pro-inflammatoire genen zoals iNOS (inducible nitric oxide synthase) stimuleert. In ontstekingscellen zoals macrofagen katalyseert iNOS de synthese van stikstofoxide, dat kan reageren met het superoxide-anion om peroxynitriet te vormen, een hoogst reactief stifstofradicaal dat eiwitten en DNA kan beschadigen. In celkweken in het lab en dierenstudies toonde men aan dat kurkumine de door NF-kB-afhankelijke gentranscriptie kan remmen en de COX-2- en iNOS-aanmaak.
Glutathionsynthese.
Glutathion is een intracellulaire antioxidant die een sleutelrol speelt bij verhoogde cellulaire stress. In die situatie gaat het glutathionniveau de hoogte in door verhoogde expressie van GCL (glutamaatcysteïneligase). In celculturen blijkt dat kurkumine, door verhoogde transcriptie van genen die coderen voor GCL, zorgt voor meer glutathionaanmaak.
Effecten op biotransformatie-enzymes die verband houden met kankerverwekkende stoffen.
Biotransformatie-enzymes zijn belangrijk in het metabolisme en de uitscheiding van biologisch actieve stoffen zoals geneesmiddelen en kankerverwekkende stoffen (carcinogenen). Fase I-enzymes, waaronder die van het cytochroom-P450 (CYP) stimuleren de reactiviteit van vetoplosbare verbindingen en bereiden ze voor op de reacties o.i.v. Fase-II-enzymes. Fase-II-enzymes verhogen de wateroplosbaarheid en stimuleren aldus de eliminatie van deze stoffen. Hoewel meer enzymactiviteit in het algemeen tot meer eliminatie van kankerverwekkende stoffen leidt, worden sommige precarcinogenen gemetaboliseerd tot actieve carcinogenen o.i.v. welpaalde Fase-I-enzymes. Een voorbeeld daarvan is CYP1A1. Kurkumine blijkt in staat te zijn de activiteit van dit enzym tegen te gaan. Anderzijds zou kurkumine de activiteit van Fase-II-enzymes (zoals glutathion-S-transferase) stimuleren wat zou leiden tot verhoogde eliminatie van kankerverwekkende stoffen.
Celdelingstop en apoptose. Cellen vermenigvuldigen zich door al hun componenten te dupliceren en vervolgens in tweeën te splitsen. Dit proces van duplicatie en splitsing wordt de celcyclus genoemd. De belangrijkste taak hierbij is het doorgeven van de genetische informatie aan de nieuwe generatie cellen. Het is belangrijk dat er gedurende de celcyclus zo weinig mogelijk fouten gemaakt worden. Indien toch een fout optreedt tijdens de celcyclus kan er een celdelingstop optreden (cell cycle arrest) om het beschadigde DNA nog te repareren, of, indien dit niet meer kan, treden mechanismes op die leiden tot apoptose, de 'geprogrammeerde celdood'. Beide gebeurtenissen verhinderen het ontstaan en het doorgeven van mutaties die tot kanker kunnen leiden. Enkele onderzoekers ontdekten dat kurkumine in staat is, althans in kankercelculturen in het lab, zowel een celdelingstop als apoptose uit te lokken in kankercellen. Andere onderzoeken spreken dit evenwel tegen.
Inhibitie van tumorinvasie en angiogenese.
Kankercellen raken binnen in gezond weefsel met de hulp van bepaalde enzymes, matrix-metalloproteinases. Men ontdekte dat kurkumine de activiteit van die enzymes tegengaat. Om sneller te kunnen groeien, gaan tumoren ook nieuwe bloedvaten ontwikkelen : dit proces heet angiogenese. Zowel in een labokweek van vasculaire endotheelcellen als in een dierenstudie werd reeds aangetoond dat kurkumine angiogenese kan verhinderen.
Belangrijk : het merendeel van de beschreven biologische activiteiten van kurkumine werden waargenomen in de aanwezigheid van kurkuminedosissen die veel hoger liggen dan degene die kunnen worden bereikt in menselijke cellen na orale inname.
Preventie en behandeling van ziekte
Bovenstaande gegevens ivm de potentiële gezondheidseffecten van kurkumine komen hoofdzakelijk uit in vitro- en dierenstudies. De veelbelovende resultaten leidden recent wel tot de opzet van een flink aantal humane klinische studies om het effect van kurkumine te onderzoeken op multiple myeloma, alvleesklierkanker, colonkanker, psoriasis, de ziekte van Alzheimer, enz.....
Kanker.
Een vroegere fase-I klinische studie deed het nut van kurkuminesuppletie al vermoeden bij darmkanker. Een nieuwe fase-II-studie (2008) toonde de biologische activiteit van kurkumine aan bij enkele patiënten met gevorderde alvleesklierkanker. De onderzoekers stuitten wel opnieuw op de lage biobeschikbaarheid en het hydrofobe karakter van kurkumine en stellen voor om bij volgende klinische studies eventueel een type 'liposome-encapsulated' kurkumine te gebruiken. Fase-II studies bij darmkankerpatiënten zijn lopende.
Ontstekingsziekten.
Er werden tot heden enkel kleinere studies uitgevoerd, o.a. bij reumapatiënten (RA) en bij mannen herstellende na een operatie van een liesbreuk : daaruit bleek dat kurkumine wel degelijk ontsteking vermindert, en ongeveer even goed werkt als een NSAID. Meer onderzoek is nodig.
Cystische fibrose/mucoviscidose.
Er werd een fase-I-klinische studie uitgevoerd waarin kurkumine de functie van het defecte CFTR-eiwit niet corrigeerde. Momenteel loopt een vervolgstudie die het effect van hogere kurkuminedoses onderzoekt.
Ziekte van Alzheimer.
Bij de ziekte van Alzheimer gaan amyloid-beta-peptiden oligomeren vormen die zich in de hersenen ophopen tot 'amyloid plaques'. Ook ontsteking en oxidatieve schade schade dragen bij tot het voortschrijden van de ziekte van Alzheimer. In het lab verhinderde kurkumine de vorming van de typische amyloid-beta-oligomeren. Dierenstudies waarbij kurkumine perifeer werd geïnjecteerd, tonen aan dat kurkumine door de bloed-hersenbarrière gaat. In andere dierenstudies met oraal toegediend kurkumine verminderden specifieke ontstekings- en oxidatieve-schade-markers, plaquevorming en geheugenstoornissen. Men weet niet of oraal kurkumine bij mensen doorheen de bloed/hersenbarrière gaat of het voortschrijden van de ziekte kan remmen. De resultaten van verdere humane klinische studies worden weldra verwacht.
Bronnen
Voeding.
In India, Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten wordt kurkuma veelvuldig als specerij gebruikt in de keuken. Kurkuma bevat ongeveer 2 tot 9% kurkuminoïden. Van dit percentage is ongeveer 75% kurkumine. Currypoeder bevat kurkuma samen met andere specerijen, maar het gehalte aan kurkumine in currypoeder kan zeer verschillen en is meestal aan de lage kant. Kurkumin wordt ook gebruikt als felgele kleurstof in voedingsmiddelen. Als voedingsadditief draagt kurkumin het volgende E-nummer : E100.
Supplementen.
Zowel kurkumapoeders (met laag kurkuminegehalte) als kurkumineproducten (plantenextract met meestal 95% kurkuminoïden) zijn vrij verkrijgbaar als voedingssupplement. Aan sommige kurkuminepreparaten wordt piperine (extract uit zwarte peper, Piper nigrum) toegevoegd om de biobeschikbaarheid te verhogen. Wees voorzichtig met de inname van piperine als je geneesmiddelen inneemt, omdat piperine het metabolisme en de uitscheiding van geneesmiddelen sterk kan beïnvloeden. Waarschuw je arts. Optimale doseringen voor kankerpreventie of therapeutisch gebruik zijn niet vastgesteld. Men vermoedt dat doseringen lager dan 3,6 gram kurkumine per dag niet biologisch actief zijn in menselijk weefsel.
Veiligheid
Bijwerkingen.
Zelfs bij inname van hoge doses kurkumine ((tussen 2 en 12 g per dag) werden bij mensen geen ernstige bijwerkingen gerapporteerd, ook niet bij langdurige inname. Er is wel melding gemaakt van misselijkheid en diarree. Een andere studie meldt galblaascontracties bij doses van 20-40 mg, wat evt symptomen kan veroorzaken bij mensen met galstenen. Een heel recente studie (2009) toont aan dat kurkumine een biologisch actief ijzerchelator is.
Zwangerschap en borstvoeding.
Hoewel er geen enkel bewijs is dat de inname van kurkuma als specerij een negatief effect zou hebben bij zwangerschap of borstvoeding, is de veiligheid van hooggedoseerde kurkuminesupplementen onvoldoende aangetoond.
Interacties met geneesmiddelen.
Kurkumine remt de bloedplaatjesaggregatie en kan het risico op bloedingen verhogen bij mensen die bloedverdunners krijgen. In het lab vond een studie op kweken van borstkankercellen dat kurkumine apoptose door bepaalde chemotherapeutica remde. Het is niet helemaal duidelijk, maar, als je chemotherapie krijgt voor de behandeling van borstkanker, is het voorlopig beter geen hooggedoseerde kurkuminesupplementen te gebruiken. Sommige supplementen bevatten, naast kurkumine ook piperine, wat metabolisme en uitscheiding van bepaalde geneesmiddelen beïnvloedt. Overleg dus eerst met je arts of je al dan niet veilig kurkumine kan innemen als supplement.
(Voor deze tekst werden verscheidene bronnen geraadpleegd : uitgebreide lijst met referenties op aanvraag).
12 dec 2008
ME/CVS in Ayurveda : BALA KSHAYA (korte samenvatting)
De meer dan 5000 jaar oude Ayurveda, de klassieke Indiase geneeskunde, beschrijft een ziektebeeld dat zeer veel overeenkomsten vertoont met zowel ME/CVS als HIV/AIDS. Het wordt 'Bala Kshaya' genoemd. Deze Sanskrit-term betekent letterlijk : 'het aftakelen van de levenskracht'. (Bala = levenskracht, Kshaya = afbraak, aftakeling).
De pathogenese ('Samprapti' in het Sanskrit) of het ontstaansmechanisme wordt als volgt beschreven :
enerzijds het uit balans raken van 2 hoofd-dosha's (humoren) :
1.VATA : het 'kinetische' principe, dat vooral staat voor wat we tegenwoordig het 'zenuwstelsel' noemen. Dit is de neurologische component van de ziekte.
2.PITTA : het 'transformatie'-principe, dat vooral staat voor wat we tegenwoordig het 'metabolisme' noemen. Ayurveda leert dat pitta-uit-balans vooral leidt tot ontstekingen. Dit is de inflammatoire component van de ziekte
en anderzijds het ontstaan en de opstapeling van AMA, een slijmerige substantie vooral gevormd door endogene toxines die de SROTA's (macro- en micro-lichaamskanalen) blokkeren. Deze blokkering strekt zich uit tot op het niveau van de individuele lichaamscel en haar componenten. Dit onderdeel betreft de cellulaire-immuniteits-component van de ziekte.
De behandeling ('Chikitsa' in het Sanskrit) is dan ook drieledig (heel kort samengevat):
1. het opnieuw in balans brengen van VATA
met vatabalancerende dieet- en levensstijlmaatregelen, snehana (oleatie), warmtetoediening, afwisselend reinigende en voedende vasti's (spoeling dikke darm), stressreductie, vatabalancerende kruiden (vooral adaptogenen)
2. het reduceren van PITTA
met dieet- en levensstijlmaatregelen, snehana, virechana (purgatie = reiniging dunne en dikke darm), pittareducerende kruiden
3. het verwijderen van AMA uit de SROTAMSI
vooral door het verhogen van AGNI (staat voor het 'spijsverterings-' of 'metabolische' vuur) wat de srota's 'openbrandt' waardoor AMA (endogeen junkmateriaal) makkelijker wordt afgevoerd en essentiële voedingsmetabolieten de cellen opnieuw kunnen bereiken ; verder met amaverwijderende en agniverhogende fytotherapeutica en dieet- en levensstijlmaatregelen.
Volledige panchakarma-therapie* is aangewezen (pancha = vijf, karma = handeling) :”de 5 handelingen”.
Naderhand opvolging a.h.v. specifieke rasayana's (westers equivalent : anti-agingtherapie)
*wordt in India uitgevoerd tijdens langere hospitaalopname ; voor ernstig zieke ME- en AIDS-patiënten moeilijker uitvoerbaar in westerse niet-residentiële setting
3 dec 2008
MEAB's Ronde van Vlaanderen - Protest tegen de slechte werking van de 'CVS-referentiecentra'
Op maandag 1 december gingen we samen met een groep geëngageerde ME-patiënten, ex-patiënten en gezonde vrijwilligers, touren langs de Vlaamse CVS-referentiecentra aan de universitaire ziekenhuizen van Gent, Antwerpen, Leuven en Brussel en het kabinet van de federale minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx. Een heel fijne dag met een groep leuke mensen, allen met één doel voor ogen : komaf maken met de foute CGT/GET-behandelingsstrategie voor ME binnen de referentiecentra, en bewustwording creëren rond de juiste biomedische aanpak voor deze ernstige neuro-immuno-endocrienaandoening. En er werd naar ons geluisterd.....
Dit zijn enkele sfeerbeelden :
Dit is een link naar meer foto's.
Een bewonderenswaardig initiatief van MEAB. Over de concrete resultaten van deze actie berichten zij nog verder.
23 nov 2008
ALS (amyotrofe laterale sclerose) – aangrijpend Canadees filmpje
Francis Vansteenwinckel (géén directe familie, al hebben we wellicht gemeenschappelijke voorouders), fotografisch kunstenaar én zelf ALS-patiënt, stuurde mij een aangrijpend filmpje van de ALS Society of Canada. Het filmpje toont heel duidelijk de impact van deze (meestal) agressief verlopende én fatale neurodegeneratieve aandoening op de levenskwaliteit van de getroffenen. Het begeleidende kinderliedje 'Head and Shoulders, Knees and Toes', heel toepasselijk, schept een sfeer die je echt naar de keel grijpt. Een geslaagde promotiestunt van de Canadezen voor meer onderzoek naar de oorzaak en vooral effectieve behandelingsmogelijkheden voor ALS.
Over de werkelijke oorzaken van ALS is men het niet eens. Foute expressie van het gen dat codeert voor Cu/Zn superoxide dismutase, een heel belangrijke antioxidatieve stof die het superoxide-anion wegvangt, werd aangetoond in enkele gevallen. Wellicht speelt een bredere vrije radicalenpathologie t.g.v. chronische toxische belasting (viraal, zware metalen, enz......) een rol. Correctie van het essentiële-vetzurenmetabolisme zou preventief werken.
In ayurvedische middens wordt vata-corrigerende therapie toegepast om de progressieve degeneratie van de motorische zenuwcellen tegen te gaan.
Meer over ALS : in het Nederlands / in het Engels

